Contact opnemen
14 december 2015

Internet op het werk: een haat-liefde verhouding?

Het is nauwelijks voor te stellen, een wereld zonder internet. Internet op de computer, internet op je smartphone en internet op het werk. De huidige samenleving valt of staat met gebruik van het ‘WordWideWeb’. Het is inmiddels normaal om na werktijd je e-mail te controleren of juist tijdens werktijd je Twitteraccount bij te werken. Ook sturen veel werknemers vaak nog ‘even’ dat privémailtje tussen de bedrijven door. Werkgevers kunnen er belang bij hebben om het internetgebruik van hun werknemers te controleren. Voor de hand liggende redenen hiervoor zijn een verlaagde productiviteit en het vermoeden dat het internet wordt gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor het ter beschikking is gesteld.

Controle internetgebruik werknemers

Werknemers hebben binnen de organisatie waarvoor zij werken recht op privacy. De Wet bescherming persoonsgegevens biedt de werkgever niet de ruimte om zomaar allerlei gegevens te verzamelen én te gebruiken. Uit Europese jurisprudentie blijkt eveneens dat een eventuele inbreuk op het online surfgedrag van werknemers kenbaar moet zijn gemaakt binnen de organisatie. Dit kan door middel van een waarschuwing of een geldende gedragscode.

De oplossing: een internetprotocol?

Voor het creëren van duidelijkheid is een internetprotocol niet alleen handig, maar zelfs noodzakelijk. In een dergelijk protocol kunnen gedragsregels worden opgesteld voor werknemers. Echter, werkgevers moeten om gebruik te kunnen maken van hun controlebevoegdheid een gerechtvaardigd belang hebben. Wanneer is een belang gerechtvaardigd? Het internetgebruik moet een dusdanig negatieve invloed op het (net)werk hebben, dat een werkgever gerechtvaardigd kan vermoeden dat een werknemer de gedragsregels schendt. Heeft de werkgever met de controle een bepaald doel voor ogen, dan moet het middel dat hiervoor wordt gebruikt op het specifieke doel worden toegespitst.

Ondernemingsraad en internetprotocol

Uit artikel 27 lid 1 en onder k van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) volgt dat een internetprotocol instemming van de ondernemingsraad behoeft.
Een aantal tips voor een internetprotocol: 

  • Zorg ervoor dat het protocol voldoende specifiek is;
  • Geef duidelijk aan wat wél en niet mag worden gecommuniceerd per e-mail;
  • Maak duidelijk welke websites via het bedrijfsnetwerk (wel en) niet mogen worden geraadpleegd;
  • Neem op wie naar persoonsgebonden gegevens mag kijken;
  • Maak duidelijk wanneer er voldoende aanleiding is tot controle;
  • Bewaar gegevens niet langer dan noodzakelijk;
  • De ondernemingsraad moet instemming hebben verleend.

Bent u benieuwd of uw internetprotocol voldoet? Of wilt u graag een internetprotocol laten opstellen? Neem dan gerust contact op met Damsté.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.