In Nederland is een werkgever vrij snel aansprakelijk wanneer een werknemer tijdens de uitoefening van het werk schade oploopt. De werkgever heeft een zorgplicht die ervoor moet zorgen dat gevaren tijdens het werk zoveel als mogelijk worden voorkomen en wanneer dit niet mogelijk blijkt moeten er goede veiligheidsmaatregelen worden genomen. Geldt er voor de werkgever echter ook een zorgplicht voor alledaagse gevaren (ook wel huis-, tuin- en keukenongevallen), zoals bijvoorbeeld een ongelukkige struikelpartij?
Het regime van artikel 7:658 BW
Wanneer de schade ontstaat tijdens werktijd is artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Artikel 7:658 BW is een ‘werknemer vriendelijk’ 1 wetsartikel. De aansprakelijkheid van de werkgever is in beginsel gegeven wanneer de werknemer stelt dat hij de schade heeft opgelopen tijdens het verrichten van werkzaamheden. De werkgever kan dan nog slechts aan aansprakelijkheid ontkomen als hij stelt en bij betwisting bewijst 2:
- Dat er geen zorgplicht geldt.
- Dat hij zijn zorgplicht is nagekomen.
- Dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer (lid 2 van artikel 7:658 BW).
- Dat de schade niet in causaal verband staat met de door de werkgever geschonden zorgplicht, oftewel als hij zijn zorgplicht was nagekomen dan had de werknemer de schade alsnog geleden.
Artikel 7:658 BW beoogt niet een absolute waarborg te bieden voor de bescherming tegen gevaar 3. Bovendien geldt voor huis-, tuin- en keukenongevallen in beginsel geen zorgplicht 4. Huis-, tuin- en keukenongevallen zijn te duiden als ongevallen die werknemers ook in de privésfeer hadden kunnen overkomen 5. Een voorbeeld van een huis-, tuin- en keukenongeval deed zich voor. In een arrest van het Hof Den Haag 6 uit 2014. Het Hof oordeelde dat de glijpartij van een werkneemster over een koffievlek op de trap niet tot aansprakelijkheid van de werkgever leidt, omdat het een alledaags gevaar is. Aan de invulling van de zorgplicht wordt dan niet toegekomen, omdat er simpelweg geen zorgplicht is (zie r.o. 15). Gezien dit arrest lijkt het er dus op dat voor een alledaags gevaar tijdens werktijd in beginsel geen zorgplicht geldt voor de werkgever.
Alledaags gevaar volgens de Hoge Raad
In het arrest Perez/Casagrande 7 oordeelde de Hoge Raad dat het glad worden van een hotelvloer na regenval een gevaar van algemene bekendheid is en er dus geen zorgplicht geldt voor de werkgever. Diezelfde Hoge Raad oordeelde niet veel later 8 echter dat de gladde vloer in een wasserette een structureel gevaar oplevert waar juist wel een zorgplicht voor geldt. Huidig advocaat-generaal van de Hoge Raad Hartlief 9 is degene die erop wijst dat in beide hiervoor genoemde gevallen de werknemer ten val komt door een plas water op de vloer, maar bij het ene arrest is er sprake van een incidenteel risico en bij het arrest Tarioui/Vendrig is er sprake van structureel gevaar. Dit lijkt de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat wanneer een alledaags gevaar een structureel risico oplevert, er wel degelijk een zorgplicht kan gelden voor de werkgever.
Structureel gevaar
Advocaat-generaal Spier heeft in zijn conclusie bij het TNT-arrest 10 uiteengezet waarom hij vindt dat in het geval van een postbode het risico op een ‘alledaags gevaar’ als valpartijen niet valt onder de categorie huis-, tuin- en keukenongevallen. Het ging in casu om een postbode die als gevolg van gladheid ten val was gekomen, terwijl zijn werkgever geen veilig schoeisel beschikbaar stelde of erop wees dat er veilig schoeisel gedragen diende te worden. Het gevaar op val- en struikelpartijen kent een structureel karakter en is inherent aan de werkzaamheden van een postbode. Verwijzend naar Klaassen 11 stelt Spier dat een werkgever bij een voldoende gevaar in ieder geval iets zal moeten doen in het kader van 7:658 BW. Helaas kreeg de Hoge Raad in het TNT-arrest niet de gelegenheid de zorgplicht van artikel 7:658 BW te toetsen. Recent was er echter wel een lagere rechter die oordeelde dat de werkgever van een pakketbezorger aansprakelijk is voor een val van zijn werknemer 12. De kantonrechter overwoog:
“Uitglijden, vallen etcetera zijn immers juist ongevallen die zich bij het uitvoeren van de werkzaamheden die een pakketbezorger heeft, kunnen voordoen, zodat [verweerder sub 1] op grond van artikel 7:658 BW dus verplicht is maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om dergelijke ongevallen te voorkomen. Omdat dergelijke ongevallen zich tijdens de uitoefening van de werkzaamheden van een pakketbezorger kunnen voordoen, is geen sprake van een alledaagse activiteit, zoals [verweerder sub 1] /ASR betoogt, waarvoor [verweerder sub 1] als werkgever geen maatregelen zou hoeven treffen. Er is vanwege de aard van de werkzaamheden een risico op uitglijden en/of vallen aanwezig. Van een zogenoemd huis-, tuin- en keukenongeval waarvoor een werkgever niet hoeft te waarschuwen is dan geen sprake. Van [verweerder sub 1] als werkgever mag in zo’n geval worden verlangd dat hij preventieve maatregelen treft”
Dit betreft weliswaar lagere rechtspraak, maar sterkt mij in de gedachte dat wanneer de aard van de werkzaamheden een structureel risico met zich meebrengt op een ‘alledaags gevaar’ er wel degelijk een zorgplicht geldt voor de werkgever. Die gedachte lijkt mij ook niet in strijd met de eerder aangehaalde uitspraak van het Hof Den Haag, omdat bij die valpartij als gevolg van gemorste koffie op de trap nu juist sprake was van een incidenteel ‘alledaags’ gevaar.
Conclusie
Wanneer een werknemer tijdens zijn werk structureel wordt blootgesteld aan een alledaags gevaar geldt er mijns inziens wel degelijk een zorgplicht voor de werkgever. Die conclusie valt te rechtvaardigen gezien hetgeen ik hiervoor uiteen heb gezet. Bovendien heb ik dit recent ook bepleit in een procedure waarbij de rechter mij in het gelijk stelde. Helaas is deze uitspraak (nog) niet officieel gepubliceerd, maar is de inhoud ervan wel terug te vinden op letselschademagazine.nl 13. Het betrof hier een casus waarbij een werknemer is gestruikeld over een hoogteverschil in de werkvloer van 0,3 tot 0,6 mm. Een hoogteverschil waaraan een ieder in het dagelijks leven ook veelvuldig wordt blootgesteld, maar desondanks was er volgens de rechter wel sprake van een schending van de zorgplicht in de zin van artikel 7:658 BW. De advocaat van de wederpartij heeft aangekondigd hoger beroep in te stellen tegen deze uitspraak dus of ik het echt bij het juiste eind heb zal de toekomst nog moeten uitwijzen…
1. en bij betwisting door de werkgever bewijzen!
2. C.J.M. Klaassen, ‘De reikwijdte van de werkgeversaansprakelijkheid voor arbeidsongevallen na TNT/Wijenberg en De Rooyse Wissel/Hagens en hoe nu verder’, NTBR 2012/53.
3. HR 9 juli 2004, JAR 2004, 190 en HR 11 november 2005, NJ 2008, 460.
4. HR 2 oktober 2002, JAR 2002, 259.
5. C.J.M. Klaassen, ‘De aansprakelijkheid van de werkgever voor bedrijfsuitjes en personeelsactiviteiten’, AV&S 2009/30.
6. Hof Den Bosch 20 mei 2014,
7. HR 2 maart 2007, NJ 2007, 143.
8. HR 11 april 2008, NJ 2008, 465.
9. Zie de noot van Hartlief bij NJ 2011/597 en NJ 2011/598.
10. HR 11 november 2011. NJ 2011, 597, n.b.: de aansprakelijkheid in dit arrest werd getoetst op basis van art. 7:611BW, maar Spier maakt in zijn conclusie een uitstap naar art. 7:658 BW.
11. C.J.M. Klaassen, ‘De aansprakelijkheid van de werkgever op grond van art. 7:658 BW, hoe staat het ermee?’, SMA 2008, p. blz. 211 e.v..
12. Rechtbank Midden-Nederland 13 april 2016, JA 2016/119.
13. Rechtbank Gelderland 31 mei 2017, https://www.letselschademagazine.nl/2017/rb-gelderland-310517