Een werknemer heeft bij een fulltime dienstverband op grond van de wet recht op minimaal 20 vakantiedagen per jaar. In de praktijk zie je vaak dat de werknemer vrijwillig extra vakantiedagen krijgt toegekend of dat dit in de cao staat. Deze dagen noemen we bovenwettelijke vakantiedagen. Tijdens het opnemen van de vakantie, behoudt de werknemer op grond van artikel 7:639 BW recht op loon. Maar welk loon is dit? Telt een vaste overwerkvergoeding ook mee als loon in deze zin? Hierover heeft de Hoge Raad een oordeel gegeven.
Het ging om een werknemer die in dienst is bij Mammoet. De werknemer heeft daar overuren gemaakt, die niet zijn meegenomen in de berekening van zijn vakantieloon. De cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (“de cao”) was van toepassing op de arbeidsovereenkomst. In deze cao was bepaald dat met ingang van 1 januari 2019 diverse toeslagen voor een gedeelte zouden meetellen bij de berekening van het vakantieloon. De toeslagen telden volgens de cao niet volledig mee, omdat de toeslagen niet altijd een structureel karakter zouden hebben. Voor het jaar 2018 kende de cao een eenmalige uitkering van € 750,- toe aan werknemers die in 2018 minimaal 100 uur gewerkt hadden waaraan een toeslag verbonden was. Voorwaarde voor het ontvangen van de uitkering was echter dat de werknemer afstand zou doen van aanspraken omtrent toeslagen over vakantieloon in de jaren 2014-2018. De werknemer ging daarmee niet akkoord en bracht de zaak voor de rechter.
De werknemer vorderde bij de rechter dat Mammoet alsnog een bedrag zou uitbetalen wegens te weinig ontvangen loon tijdens opgenomen vakantie. De kantonrechter wees de vordering af, het gerechtshof wees de vordering toe. Mammoet moest de werknemer een kleine € 10.000,- betalen inclusief wettelijke verhoging en proceskosten.
Mammoet ging tegen het arrest van het hof in cassatie. De Hoge Raad heeft op 27 september 2024 arrest gewezen. De Hoge Raad verwijst in zijn arrest naar de rechtspraak van het Hof van Justitie. Volgens deze vaste rechtspraak strekt de verplichting tot het betalen van de vakantieloon ertoe de werknemer tijdens de jaarlijkse vakantie in een situatie te plaatsen die qua beloning gelijk is met de situatie tijdens gewerkte perioden. Hierdoor is de werknemer daadwerkelijk in staat om de vakantie waarop hij recht heeft op te nemen.
Overuren hoeven vanwege een onvoorspelbaar karakter daarvan niet altijd meegenomen te worden bij de berekening van het vakantieloon. Wanneer echter de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen van de werknemer vergen dat hij regelmatig overuren maakt en de vergoeding daarvan een belangrijk onderdeel vormt van de vergoeding die de werknemer in totaliteit ontvangt, moet de vergoeding voor deze overuren worden meegenomen bij het vakantieloon. De Hoge Raad stelt Mammoet daarom in het ongelijk.