De rechtbanken zijn sinds 17 maart 2020 gesloten. Strafzaken worden daarom niet meer op een openbare terechtzitting behandeld. Soms verblijft de verdachte in voorarrest tot de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak. Deze strafzaken worden nu echter niet meer inhoudelijk, maar pro-forma behandeld. Dat betekent dat de rechter enkel beoordeelt of het voorarrest waarin de verdachte zich bevindt, langer moet duren of niet. De standpunten hierover worden schriftelijk uitgewisseld door de advocaat en de Officier van Justitie. Indien gewenst worden hun argumenten naderhand nog door middel van een videoconferentie toegelicht.
De vraag komt nu regelmatig op of het coronavirus een reden is om de voorlopige hechtenis van een gedetineerde verdachte te schorsen. Schorsen betekent dat de verdachte onder voorwaarden de inhoudelijke zitting in vrijheid mag afwachten.
Het coronavirus raakt namelijk ook gedetineerden. De door de regering getroffen maatregelen gelden ook in de Huizen van Bewaring en gevangenissen in ons land. Gedetineerden hebben daardoor nu veel minder vrijheden, hebben geen enkele activiteiten meer en zitten bijna 24 uur per dag op cel. Afstand bewaren tot anderen is daar vrijwel onmogelijk, al helemaal als een verdachte in een zogenaamde dubbelcel of nog erger, een meerpersonencel zit. Gedetineerden zitten dicht op elkaar en als ‘ratten in de val’. Door de onzekerheid over de duur van de maatregelen en omdat de maatregelen niet volledig kunnen worden nageleefd in de gevangenis, lopen de spanningen op. Ten slotte zijn ook de eerste gevallen bekend van gedetineerden die besmet zijn met het coronavirus.
Bovendien wordt ook de gezondheidstoestand van de gedetineerden en hun naasten geraakt door de coronacrisis. Een argument voor schorsing kan zijn dat onder deze omstandigheden het persoonlijke belang van de verdachte om bij zijn familie en geliefden te zijn, zwaarder weegt dan het maatschappelijk belang bij het voortduren van het voorarrest. Dit is des te meer het geval wanneer een verdachte kwetsbare naasten heeft of zelf tot de risicogroep behoort. Ten slotte kan de onzekerheid over de inhoudelijke behandeling van de strafzaak – en daarmee de uitzichtloosheid van het voorarrest – aangedragen worden als een reden voor schorsing. Het is namelijk onduidelijk en onzeker hoe lang deze maatregelen nog nodig zijn en dus ook wanneer de rechtbanken weer opengaan. Tot die tijd weet de verdachte ook niet waar hij aan toe is.
Desalniettemin leveren de hierboven genoemde coronaperikelen niet per definitie een schorsingsgrond op. De rechtbanken die zich al over verzoeken tot schorsing van het voorarrest hebben gebogen waarbij het coronavirus als reden voor schorsing werd aangedragen, overwegen dat een verzoek in deze coronatijd in principe niet anders dient te worden beoordeeld dan zonder de coronacrisis. Nog steeds moet worden beoordeeld of de persoonlijke belangen van de verdachte zwaarder wegen dan het maatschappelijke belang bij het voortduren van het voorarrest en zo ja, of er voldoende waarborgen zijn om de maatschappij te beschermen. Daarbij zijn niet alleen de persoonlijke omstandigheden van de verdachte relevant, maar ook bijzondere factoren zoals een kwetsbare gezondheid van de verdachte of zijn naasten, de kans op een langer durend politieonderzoek vanwege een (kans op) vertraging die los staat van de complexiteit of omvang van de zaak; de proceshouding van de verdachte en de (moeilijke) uitvoerbaarheid van de schoringsvoorwaarden. Tot slot is ook relevant of het Openbaar Ministerie zich al dan niet verzet tegen de schorsing.[1]
Het coronavirus heeft invloed op de hele maatschappij en voor iedereen zijn het spannende tijden. De maatregelen gelden niet alleen voor de ‘vrije burgers’, maar ook voor mensen die vast zitten. Maar ook onder deze omstandigheden is schorsing alleen mogelijk als de maatschappelijke veiligheid daarmee niet in het geding komt. Het virus kan dus wel een argument zijn om het voorarrest te schorsen, maar is zeker niet per definitie een reden om tot schorsing over te gaan.
[1] Rechtbank Noord-Holland 25 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:2285.