Contact opnemen
13 februari 2017

Herstel van een gebrek in de inschrijving

Regelmatig komt het voor dat er bij (Europese) aanbestedingen sprake is van (kleine) gebreken in de inschrijving. Leidt zo’n gebrekkige inschrijving dan direct tot uitsluiting? Of kan een gebrek in een voorkomend geval nog worden hersteld?

Algemeen uitgangspunt is dat een aanbestedende dienst bij de beoordeling van inschrijvingen moet uitgaan van de inschrijvingen zoals deze bij het sluiten van de inschrijvingstermijn zijn ontvangen. Het gelijkheids- en transparantiebeginsel brengen met zich mee dat een inschrijving na indiening ervan in beginsel niet meer mag worden aangepast op initiatief van de aanbestedende dienst of van de inschrijver.

Uitzondering: verbetering of aanvulling

Slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen inschrijvingen gericht worden verbeterd of aangevuld. Dit is het geval wanneer sprake is van een kennelijke omissie die zich voor eenvoudig herstel leent. Het herstel van het gebrek mag er niet toe leiden dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt gedaan. Bovendien moet het herstel betrekking hebben op gegevens waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij dateren van voor het einde van de inschrijvingstermijn. Het maken van een dergelijke uitzondering is echter uitgesloten ingeval van een ontbrekend stuk of ontbrekende informatie die op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt.

Recente uitspraak

In een recente uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland van 15 december 2016 is nog eens over de mogelijkheid van herstel van een gebrek in een inschrijving geoordeeld. Het ging hier om een meervoudig onderhandse aanbesteding waarop hoofdstuk 7 van het ARW 2016 van toepassing was. De opdracht betrof het slopen van een bestaande werkplaats en het bouwen van een nieuwe werkplaats met opslag voor een gemeente. 

Er is via TenderNed ingeschreven. Bij het openen van de digitale kluis is vastgesteld dat bij één van de inschrijvers de open begroting bij de inschrijving ontbrak. Dit was wel een inschrijvingsvereiste. De inschrijving werd om die reden door de gemeente als ongeldig ter zijde gelegd. De inschrijver verzocht vervolgens de gemeente het document alsnog te mogen aanleveren. Dat verzoek werd afgewezen. De zaak is vervolgens in kort geding voorgelegd aan de voorzieningenrechter. Die stelt voorop dat de gemeente het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers moet respecteren en dat dit beginsel tot transparantie verplicht, zodat de naleving ervan kan worden gecontroleerd.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente niet gehouden is de inschrijver de gelegenheid te geven haar gebrekkige inschrijving te herstellen. De open begroting is een essentieel onderdeel van de inschrijving, waarmee een inhoudelijke beoordeling kan plaatsvinden, bijvoorbeeld of de prijs waarmee is ingeschreven wel reëel is. Herstel zou in dit geval meer omvatten dan het enkel nader duiden of recht zetten van een fout. Bij het toestaan van een dergelijk herstel zou de inschrijver bevoordeeld kunnen worden ten opzichte van andere inschrijvers. Dat is in strijd met het bij alle aanbestedingen in acht te nemen gelijkheidsbeginsel.

Gelijkheidsbeginsel voor vertrouwensbeginsel

De inschrijver voerde verder nog aan dat de gemeente het vertrouwen had gewekt de open begroting ook inhoudelijk te beoordelen omdat de gemeente de open begroting alsnog had opgevraagd. Ook hierin is de voorzieningenrechter duidelijk. Het beginsel dat alle inschrijvers gelijk moeten worden behandeld is zo sterk, dat zelfs een eventueel opgewekt vertrouwen moet wijken voor het beginsel dat alle inschrijvers gelijk moeten worden behandeld.

De uitspraak van de voorzieningenrechter is volledig in lijn met de geldende rechtspraak. Kortom: het gelijkheidsbeginsel gaat vóór het vertrouwensbeginsel.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.