Op een zonnige zaterdagochtend rijdt u samen met uw gezin gezellig naar de Efteling. De populaire Disneysong ‘Let it go’ van de film Frozen klinkt op de radiozender die u speciaal voor de kinderen heeft aangezet. Op dat moment nadert u een kruising in het voor u onbekende plaatsje Kaatsheuvel. Het verkeerslicht staat op groen. Vaag hoort u op de achtergrond sirenes en nog voor u het goed en wel beseft is daar de verschrikkelijke impact. Achteraf blijkt een ambulance, onderweg naar een noodgeval, met hoge snelheid op de linkerzijde van uw auto te zijn ingereden. Uw kinderen en partner zijn ernstig gewond geraakt, u komt met de schrik vrij en uw auto is total loss. Komt uw schade voor vergoeding in aanmerking?
Voorrang verlenen aan een voorrangsvoertuig klinkt eenvoudig, maar welke regels gelden er precies indien een voorrangsvoertuig betrokken raakt bij een verkeersongeval?
Elke week een verkeersongeval?
Uit het rapport Ongevallenstatistiek voorrangsvoertuigen van het Instituut Fysieke Veiligheid blijkt dat tussen 2010 en 2015 gemiddeld elke week een ongeval met een voorrangsvoertuig plaatsvond. Gedurende deze periode was de ambulance het meest betrokken bij een verkeersongeval (148 keer), gevolgd door de politie (98 keer) en de brandweer (58 keer). Deze ongevallen hebben geleid tot 7 dodelijke slachtoffers, 235 gewonden, waarvan 126 hulpverleners. De meeste ongevallen vonden plaats binnen de bebouwde kom. Dit waren ook meteen de meest ernstige ongevallen. Twee derde van deze ongevallen vond plaats op een kruispunt. Op bijna driekwart van deze kruispunten waren verkeerslichten aanwezig, waarbij de bestuurder van het voorrangsvoertuig in bijna alle gevallen rood licht had en de wederpartij groen licht. Daarnaast blijkt dat de ernst van het ongeval in grote mate te wijten was aan het overschrijden van de snelheidsgrens door het voorrangsvoertuig en de mate van deze overschrijding. De ambulance, brandweer en de politie hanteren een brancherichtlijn die bepaalt dat kruispunten binnen de bebouwde kom moeten worden genaderd met een snelheid van 20 km/uur. In 82 % van de 152 ongevallen tussen 2010 en 2015 werd op een kruispunt met een rood verkeerslicht, de snelheid uit de brancherichtlijn met 26 km/uur overschreden. Het risico op een ongeval als bestuurder van een voorrangsvoertuig is 30 keer zo groot dan als bestuurder van een personenvoertuig in het reguliere verkeer.
Wanneer spreekt men van een voorrangsvoertuig?
Niet iedere ambulance, politieauto of brandweerwagen die men in het verkeer tegenkomt is een voorrangsvoertuig. Ten eerste moet er sprake zijn van een ‘dringende taak’ die door het voorrangsvoertuig wordt vervuld. Van een dringende taak is sprake indien de hulpverleningsdiensten uitrukken naar aanleiding van een zogenaamde prioriteit 1 melding. Bij dit soort meldingen is hoge spoed geboden. Art. 2 van de Regeling optische en geluidssignalen 2009 stelt dat er sprake is van een dringende taak in het geval van een voor de mens levensbedreigende situatie (sub a), ter voorkoming daarvan (sub b), of bij een ernstige verstoring van de openbare orde waarvoor directe en snelle inzet noodzakelijk is (sub c).
Ten tweede moet het voertuig gebruik maken van optische- en geluidssignalen. Pas wanneer rechtsgeldig gebruik wordt gemaakt van de zwaailichten en de sirenes, wordt het voertuig aangemerkt als voorrangsvoertuig in de zin van art. 29 en art. 1 Regelement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV). Om een voorrangsvoertuig te zijn dient het voertuig dus zowel de sirenes als zwaailichten te voeren.
Welke rechten heeft een voorrangsvoertuig?
Op grond van art. 147 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) zijn hulpverleningsdiensten vrijgesteld van de bepalingen van het RVV indien zij kunnen worden aangemerkt als voorrangsvoertuig en dit mede in de uitoefening van hun taak wordt vereist. Een voorrangsvoertuig mag dus een rood stoplicht, haaientanden en verkeersborden negeren. Verder mogen zij harder rijden dan de maximaal toegestane snelheid. Ingevolge art. 50 RVV moeten de overige weggebruikers bestuurders van een voorrangsvoertuig voor laten gaan. Uit deze bepaling valt af te leiden dat indien er een ongeval plaatsvindt met een voorrangsvoertuig, de andere weggebruiker in beginsel een verkeersfout heeft gemaakt. Er is immers geen voorrang verleend terwijl dat wel had gemoeten.
De gewone burger staat dus per definitie 1-0 achter bij een verkeersongeval met een voorrangsvoertuig. Dit neemt niet weg dat het bepaalde uit art. 5 WVW op de achtergrond voor alle weggebruikers blijft gelden. In dit artikel wordt bepaald dat het een ieder verboden is zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of verkeer wordt of kan worden gehinderd. Deze bepaling geldt dus ook voor bestuurders van voorrangsvoertuigen. Dit geldt ook voor art. 6 WVW dat bepaalt dat het een ieder die aan het verkeer deelneemt verboden is zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten ongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood of aan een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Tenslotte zal bij de beoordeling van de aansprakelijkheid van een bestuurder van een voorrangsvoertuig te allen tijde worden gekeken naar de omstandigheden van het geval. Was de bestuurder ter plaatse bekend? Hoeveel harder werd gereden ten opzichte van het overige verkeer en hoe overzichtelijk was de verkeerssituatie? Dit soort vragen blijven ondanks de bijzondere positie van het voorrangsvoertuig van belang voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van de bestuurder.
Welke afwegingen worden gemaakt?
Indien iemand betrokken raakt bij een verkeersongeval met een voorrangsvoertuig dient de vordering te worden gebaseerd op de klassieke onrechtmatige daad bepaling uit art. 6:162 Burgerlijk Wetboek. De basis voor deze onrechtmatigheid vindt men bijvoorbeeld terug in de overtreding van het hierboven genoemde art. 5 WVW. Er zal aannemelijk gemaakt moeten worden dat de bestuurder van het voorrangsvoertuig een voor hem voorzienbare gevaarzettingssituatie heeft gecreëerd. Wat voorzienbaar is hangt weer af van de bovengenoemde omstandigheden van het geval. Rijdt de bestuurder binnen of buiten de bebouwde kom, zijn er verkeerslichten voor fietsers die eventueel op groen kunnen staan, is een kruispunt onoverzichtelijk door een hoge heg of gebouwen?
Ook de vraag of andere weggebruikers tijdig hadden kunnen anticiperen op het voorrangsvoertuig speelt een belangrijke rol. Indien bijvoorbeeld een politieauto met gierende sirenes en zwaailichten langs raast, dien je er als automobilist op bedacht te zijn dat mogelijk een tweede voorrangsvoertuig (ambulance, brandweer of politie) onderweg is.
Ingeval een weggebruiker de optische en geluidssignalen van een voorrangsvoertuig niet tijdig opmerkt omdat de radio hard aanstaat of een telefoontje wordt gepleegd, dan komt dat voor eigen rekening. Indien een automobilist niet precies weet waar de sirenes vandaan komen, wordt verwacht dat hij extra oplettend is en een kruispunt met de nodige voorzichtigheid nadert. Zo is bijvoorbeeld bepaald dat het minder goed horen van sirenes door het dragen van een integraalhelm voor eigen rekening komt.
Komt uw schade voor vergoeding in aanmerking?
U komt net terug van uw bezoek aan het ziekenhuis waar uw partner en kinderen liggen. U weet inmiddels: voorrangsvoertuigen verkrijgen onder dringende omstandigheden in principe voorrang. Maar is dit rechtvaardig? Dit betekent immers niet dat zij boven de wet staan. Indien de bestuurder van een voorrangsvoertuig art. 5 WVW overtreedt en gevaar of hinder veroorzaakt is aansprakelijkheid voor de veroorzaakte schade niet uit te sluiten. Bij overtreding van art. 6 WVW kan onder omstandigheden zelfs sprake zijn van invordering van de rijbevoegdheid en strafvervolging van de betrokken bestuurder. Dit is echter uitzonderlijk. Over het algemeen mag een voorrangsvoertuig dat optische en geluidssignalen voert, verwachten dat het overige verkeer daar rekening mee houdt. Meer dan 25 km/uur harder rijden dan plaatselijk is toegestaan en het negeren van rood licht, maakt niet direct dat er sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid of onoplettendheid. In elke kwestie zal de mate van aansprakelijkheid afhangen van de omstandigheden van het geval. Als u onverhoopt ooit betrokken raakt bij een ongeval met een voorrangsvoertuig laat u dan adviseren over uw rechtspositie. Onze advocaten van de sectie Letselschade zullen er alles aan doen om uw belangen zo goed mogelijk te behartigen.