Contact opnemen
01 september 2010

Hardlopers, pas op!

Hardlopen is gezond. Maar wie op de openbare weg gaat rennen, kan maar beter een aantal regels in acht nemen. Want als hardlopers bij ongelukken betrokken raken, zijn de gevolgen vaak zeer ingrijpend. ‘Voetgangers en hardlopers realiseren zich veel te weinig hoe kwetsbaar ze zijn. In mijn praktijk zie ik hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn’, zegt letselschade-advocaat Guido Andriol van Damsté-advocaten.

Hardlopers, geen doodlopers

Twee jaar is de advocaat nu zelf aan het hardlopen. En sinds die tijd valt hem op hoeveel collega-sporters hij heeft en hoe gevaarlijk die zich vaak gedragen. ‘Ik loop met een hardloopgroep waarbij de trainer er echt op hamert dat je zichtbaar moet zijn. Wie ’s avonds geen reflecterend hesje bij zich heeft, kan niet meedoen. Sinds ik zelf hardloop valt me echt op hoe je in de auto echt verrast kunt worden als iemand ineens uit het niets opduikt’. Wie wandelt, wordt nog wel tijdig opgemerkt. Maar een hardloper kan makkelijk 17 kilometer per uur halen en duikt dan net zo snel op als een fiets. ‘Een automobilist ziet jou in eerste instantie als voetganger en is er helemaal niet op ingesteld dat je zo snel op hem af komt’.

Omdat Andriol in zijn praktijk regelmatig hardlopers en wandelaars bij staat die ernstig gewond raakten bij ongevallen, wil hij mensen waarschuwen. In de oude wegenverkeerswet staat dat voetgangers buiten de bebouwde kom links moesten lopen, zodat ze auto’s zagen aankomen. Die verplichting is er in 1991 uitgehaald: nu mogen voetgangers en dus ook hardlopers zelf kiezen aan welke kant van de weg ze lopen. ‘Dat is wel een verbetering. Soms is het beter om links te lopen, maar soms is rechts veiliger. Bijvoorbeeld als er naast de rijbaan een breed fietspad is dat voor beide richtingen is bedoeld. Als je daar links gaat lopen kan een tegemoet komende fietser of bromfietser in de war raken en je rechts in willen halen, met alle gevolgen van dien’. Andriol adviseert uit ervaring hardlopers om voetpaden en vrijliggende fietspaden te nemen, de meeste ongelukken gebeuren op wegen zonder die paden.
Wie het verkeer in gaat moet zichtbaar zijn. Reflecterende hesjes ’s avonds dus en eventueel armverlichting. Overdag is opvallen net zo van belang, en dus is zwarte runners-kleding af te raden. Ook hebben veel hardlopers een I-pod op. ‘Als voetganger moet je het hebben van je alertheid omdat je onbeschermd bent. Je hoort met zo’n ding op je hoofd auto’s niet aankomen, ik vind dat levensgevaarlijk’.

Wie wel eens meedoet aan georganiseerde hardloop-evenementen kent ongetwijfeld de zinsnede ‘De organisatie aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid…’. Leuk bedacht, maar in werkelijkheid een wassen neus. ‘Uit een uitspraak die in 2007 is gedaan volgt dat organisaties, maar ook bijvoorbeeld leiders van loopgroepen, heel zorgvuldig moeten zijn. Bijvoorbeeld door te wijzen op gevaar van uitdrogen en oververhitting, slecht zicht, gladheid. Als de leider van een loopgroep mensen laat meelopen terwijl ze niet goed zichtbaar zijn en er volgt een aanrijding, dan is hij in de praktijk vaak toch aansprakelijk’.
Ook bij een marathon of andere wedstrijd rusten zware verplichtingen op de organisatie. Dat geldt niet alleen voor hardlopen maar ook voor bijvoorbeeld mountainbiken of skeeleren en andere takken van sport. ‘In 2002 was er een toertocht voor mountainbikers in Rijssen. Daarbij is een ongeluk gebeurd, omdat op een pad ijs lag. Het Hof oordeelde toen dat de organisatie daar deels aansprakelijk voor was. Een deelnemer van zo’n toertocht mag van de organisatie verwachten dat die kort voor de wedstrijd de hele route nog eens naloopt op gevaren. Doordat de organisatie niet voor gladheid waarschuwde, zat ze wettelijk fout’.

Ook bij een skeelerwedstrijd in Dalfsen zat de organisatie in 1992 fout. Een deelnemer kwam ten val en belandde tegen een boom. ‘Hier vond het Hof dat de organisatie had moeten weten dat mensen in een wedstrijd niet altijd zorgvuldig manoeuvreren en dat ze zo hard gaan dat ze buiten het parcours terecht kunnen komen. Mensen die meedoen aan wedstrijden krijgen vaak een waas voor ogen, die gaan er vol in. De organisatie kent het parcours en weet dat mensen bloedfanatiek zijn. Het is aan de organisator om te controleren waar het fout kan gaan en wat hij kan doen om dat te voorkomen, bijvoorbeeld door schuimplastic om palen te doen of extra strobalen in bochten te leggen’.

Wie betaalt de schade?

Voetgangers, hardlopers, fietsers en andere ‘zwakke’ verkeersdeelnemers zijn door de wet goed beschermd. Schade wordt door verzekeraars meestal helemaal vergoed. Als er sprake is van eigen schuld (geen goed zichtbare kleding, I-pod op, midden op de weg lopen) kan de schadevergoeding wel gekort worden, maar nooit meer dan 50 procent. De wet maakt wel een uitzondering voor overmacht voor de automobilist, maar in de praktijk wordt die term bijna nooit toegepast. ‘Dan moet iemand echt uit de lucht komen vallen, bij wijze van spreken’, verduidelijkt Andriol.

De borrelpraat op verjaardagen dat voetgangers altijd al hun schade vergoed krijgen is dus niet helemaal waar. Door je gevaarlijk te gedragen kan de schadevergoeding wel met maximaal de helft worden teruggebracht. Dat kan flink in de papieren lopen, bijvoorbeeld als je door een aanrijding arbeids-ongeschikt raakt. Jongeren tot 14 jaar krijgen wel altijd 100 procent van hun schade vergoed als er geen sprake is van overmacht bij de automobilist.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.