Stel: u verhuurt een bedrijfspand. De huurder komt echter zijn verplichtingen tot betaling van de huur niet na. Er ontstaan betalingsachterstanden. Als verhuurder wilt u de niet betaalde huur vorderen van de huurder. Kunt u naast deze vordering ook de wettelijke handelsrente over de huurpenningen vorderen?
Wat is wettelijke handelsrente?
Onze wet kent twee soorten van wettelijke rente: wettelijke rente en wettelijke handelsrente. Wettelijke rente wordt gezien als een gefixeerde schadevergoeding voor de schade die de schuldeiser lijdt door het niet op tijd ontvangen van zijn geld. De wettelijke rente heeft tot gevolg dat de schuldeiser naast de hoofdsom tevens 2% over de hoofdsom kan claimen*.
Naast de ‘gewone’ wettelijke rente kent ons Burgerlijk Wetboek wettelijke handelsrente. De wettelijke handelsrente heeft een Europeesrechtelijke oorsprong: het artikel is ingevoerd in het kader van de implementatie van een Europese richtlijn. Het idee achter deze richtlijn is dat de betalingsachterstanden bij handelstransacties worden tegengegaan door een hoge wettelijke rente te verbinden aan te late betaling. De rentevoet van de wettelijke handelsrente is aanzienlijk hoger dan de ‘gewone’ wettelijke rente. Per 1 juli 2016 bedraagt de wettelijke handelsrente 8%. De wettelijke handelsrente is echter alleen van toepassing op handelstransacties die tot stand zijn gekomen na 1 december 2002.
Is het huren van bedrijfsruimte een handelstransactie?
Of de wettelijke handelsrente bij huurachterstanden gevorderd kan worden is afhankelijk van de vraag of de verhuur van bedrijfsruimte als (levering van) dienst is aan te merken. Het Hof Den Bosch wees in haar arrest van 3 januari 2012 de wettelijke handelsrente toe over een huurachterstand van een professionele huurder. Het Hof oordeelde daartoe dat bij het verschaffen van huurgenot sprake is van een overeenkomst die een of meer partijen verplicht om tegen betaling iets te geven of te doen.
Daarentegen oordeelde het Hof Amsterdam op 7 december 2010 dat de wettelijke handelsrente over achterstallige huur niet kon worden toegewezen. Het Hof oordeelde dat de huurovereenkomst voor bedrijfsruimte niet strekt om iets te geven of te doen. De verhuurder verbindt zich om iets in gebruik te verstrekken. Derhalve was er volgens het hof geen sprake van een handelsovereenkomst.
Ook de Rechtbank Limburg heeft in haar vonnis van 29 maart 2018 geoordeeld dat er geen wettelijke handelsrente verschuldigd was over de gevorderde huurpenningen. In deze kwestie vorderde de verhuurder ontruiming van het bedrijfspand vanwege huurachterstanden. De rechtbank kwam tot het oordeel dat geen sprake was van een handelsovereenkomst.
Daarnaast oordeelde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 13 maart 2020 dat geen wettelijke handelsrente toegewezen kon worden in een zaak waarbij de verhuurder een bedrijfspand had verhuurd aan een restauranteigenaar. De verhuurder had niet kunnen aantonen dat het pand was verhuurd in uitoefening van een beroep of bedrijf.
De rechtspraak blijkt dus zeer verdeeld over de vraag of in huurrelaties tussen professionele partijen ruimte is voor toepassing van de wettelijke handelsrente bij huurachterstanden.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft echter op 9 juli 2020 een oordeel gegeven over de vraag of bij huurovereenkomsten voor bedrijfsruimte de wettelijke handelsrente van toepassing is bij huurachterstanden. Nu het Europese Hof hierover een oordeel heeft gegeven, is deze opvatting in beginsel leidend. Het Hof oordeelde dat een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte een handelstransactie is die leidt tot het verrichten van diensten, mits de transacties worden verricht tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en overheidsinstanties. Geconcludeerd moet worden dat de verhuurder, naast de vordering tot het betalen van de huur, ook wettelijke rente kan vorderen over de huurpenningen.
Heeft u naar aanleiding van bovenstaande vragen of wilt u weten of u aanspraak kunt maken op wettelijke handelsrente? Neem gerust contact op, onze specialisten helpen u graag verder.
* De wettelijke rente wordt halfjaarlijks vastgesteld. Sinds 1 januari 2015 is de wettelijke rente vastgesteld op 2%.