Contact opnemen
01 december 2017

De positie van een bijstandsgerechtigde na een ongeval

Soms doet zich de situatie voor dat iemand die aangewezen is op een bijstandsuitkering een ongeval overkomt. Op grond van de Participatiewet (voorheen Wet werk en bijstand) gelden er diverse verplichtingen voor de bijstandsgerechtigde. Deze verplichtingen gelden ook in het geval de bijstandsgerechtigde slachtoffer wordt van een ongeluk. De vraag die vervolgens rijst is in hoeverre deze verplichtingen consequenties hebben voor het schaderegelingstraject dat na een ongeval wordt opgestart.

Verplichtingen bijstandsgerechtigde

De bijstandsgerechtigde kent op grond van artikel 17 lid 1 Participatiewet een inlichtingenplicht. Volgens deze inlichtingenplicht dient de bijstandsgerechtigde aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden te doen waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op diens arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Maar welke inlichtingen zijn van belang voor het vaststellen van het recht op bijstand?

Ontvangsten in verband met geleden schade kunnen gezien artikel 31 leden 1 en 2 Participatiewet gevolgen hebben voor (de hoogte van) het recht op bijstand. Het niet nakomen van de inlichtingenplicht kan leiden tot een boete zoals genoemd in artikel 18a Participatiewet. Wanneer het niet of onjuist verstrekken van inlichtingen heeft geleid tot te veel of ten onrechte verstrekte bijstand dan kan dit op grond van artikelen 54 en 58 Participatiewet leiden tot intrekking, herziening of beëindiging van het recht op bijstand en terugvordering van de te veel verstrekte bijstand. Het verdient daarom aanbeveling om altijd melding te maken bij het college van schadevergoedingen die worden verstrekt gedurende het schaderegelingstraject.

Uitvoering Participatiewet door gemeentes

De gemeentes voeren de Participatiewet in medebewind uit. Daarom zijn de gemeentes grotendeels verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. De gemeentes kennen hierbij een bepaalde mate van vrijheid. Dit heeft tot gevolg dat de gemeentes de Participatiewet verschillend kunnen uitvoeren. Het is daarom noodzakelijk om in ieder individueel geval bij de gemeente navraag te doen welke schadevergoedingen in het kader van de vaststelling van het recht op en de hoogte van de algemene bijstand worden vrijgelaten.

Doorgaans worden vergoedingen van feitelijk geleden schade geheel vrijgelaten. Dat geldt niet voor een vergoeding die wordt verstrekt in verband met een verlies aan verdienvermogen (verlies van inkomsten). Een dergelijke vergoeding wordt over het algemeen geheel verrekend met de bijstandsuitkering. De bijstandsuitkering betreft namelijk een uitkering die voorziet in de kosten van levensonderhoud. Een vergoeding van het verlies aan verdienvermogen komt naar zijn aard hiermee overeen. Uit artikel 32 lid 1 Participatiewet vloeit voort dat dit deel van de schadevergoeding zal moeten worden aangewend voor de noodzakelijke kosten van het bestaan.

Door verzekeraars worden vaak voorschotten onder algemene titel toegekend zonder expliciet te benoemen waar de verstrekte vergoedingen op zien. Om misverstanden te voorkomen is het belangrijk om in samenspraak met de verzekeraar expliciet te benoemen waar de vergoedingen op zien. Wanneer onvoldoende duidelijk is waar de verstrekte vergoedingen op zien dan kan de gemeente de verleende bijstand terugvorderen met toepassing van artikel 58 lid 2 onder f Participatiewet.

De immateriële schadevergoeding (smartengeld) wordt over het algemeen vrijgelaten. Dit kan anders zijn wanneer de immateriële schadevergoeding zo hoog is dat het in strijd komt met het aanvullende karakter van de Participatiewet. Het onverkort buiten beschouwing laten van de immateriële schadevergoeding kan daarom niet altijd in overstemming zijn met het karakter van de bijstand. In dat geval kan de immateriële schadevergoeding als inkomen worden gezien. De wijze waarop gemeentes hiermee omspringen verschilt per gemeente.

Verschillen tussen gemeentes

Navraag bij diverse gemeentes leert dat er verschillen bestaan tussen gemeentes en de manier waarop zij omgaan met vergoedingen die bijstandsgerechtigden na een ongeval ontvangen. Met name waar het gaat om immateriële schadevergoedingen bestaan er verschillen. Zo hebben sommige gemeentes beleidsregels, beleidswijzers of beleidslijnen opgesteld terwijl andere gemeentes een beoordeling per individueel geval laten plaatsvinden. Hieronder volgen ter illustratie enkele voorbeelden.

Gemeente Utrecht
De gemeente Utrecht heeft een vuistregel opgesteld voor immateriële schadevergoedingen. In deze gemeente blijft zestig procent van de immateriële schadevergoeding tot een bepaald maximum in alle gevallen buiten beschouwing. Is die zestig procent lager dan € 5.000,- dan blijft het gehele bedrag buiten beschouwing. Het maximumbedrag dat buiten beschouwing blijft is € 30.000,-.

Voorbeeld: ontvangt een bijstandsgerechtigde in de gemeente Utrecht een immateriële schadevergoeding van € 50.000,- dan blijft € 30.000,- buiten beschouwing. € 20.000,- blijft in dat geval niet buiten beschouwing en zal tot de middelen worden gerekend.

Overigens dient volgens de gemeente Utrecht de rente die ontvangen wordt over de vrijgelaten immateriële schadevergoeding als inkomen te worden aangemerkt.

Gemeente Haaksbergen
De gemeente Haaksbergen heeft op dit terrein geen beleidsregels, reglementen en/of andere richtlijnen opgesteld. In deze gemeente wordt de immateriële schadevergoeding geheel buiten beschouwing gelaten.

Gemeente Den Haag
In de gemeente Den Haag wordt de immateriële schadevergoeding tot een bedrag van maximaal € 25.000,- niet tot de middelen van het bestaan of het vermogen gerekend. Wordt de immateriële schadevergoeding door de bijstandsgerechtigde op een spaarrekening geparkeerd dan wordt de rente volledig van de bijstandsuitkering ingehouden.

Gemeente Delfzijl
De gemeente Delfzijl heeft over dit onderwerp beleidsregels opgesteld. Zo heeft de gemeente Delfzijl in deze beleidsregels een bepaling opgenomen voor situaties waarin de bijstandsgerechtigde een vaststellingsovereenkomst sluit waarin een totaalbedrag aan schadevergoeding overeengekomen wordt. In zo’n situatie dient de bijstandsgerechtigde volgens de gemeente Delfzijl op grond van diens inlichtingenplicht aan te tonen dan wel redelijkerwijs aannemelijk te maken welk deel van de vergoeding ziet op inkomensschade. Als geen duidelijkheid kan worden verschaft dan kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld.

Gemeentes Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo
De gemeentes Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo voeren de Participatiewet gezamenlijk uit. In deze gemeentes wordt 1/3 deel van de immateriële schadevergoeding vrijgelaten en wordt 2/3 deel aangemerkt als vermogen.

Bijstandsgerechtigden en schadevergoedingen: hoe te handelen?

De bijstandsgerechtigde kent op grond van artikel 17 lid 1 Participatiewet een vergaande inlichtingenplicht. Het niet nakomen van deze inlichtingenplicht kan leiden tot intrekking, herziening of beëindiging van het recht op bijstand en terugvordering van de te veel verstrekte bijstand.

De Participatiewet wordt door gemeentes in medebewind uitgevoerd. Daarom kunnen gemeentes verschillend omspringen met schadevergoedingen die bijstandsgerechtigden ontvangen gedurende het schaderegelingstraject. Met name waar het gaat om immateriële schadevergoedingen wordt verschillend gehandeld door gemeentes.

Het is daarom noodzakelijk om in ieder individueel geval bij de gemeente navraag te doen welke schadevergoedingen in het kader van de vaststelling van het recht op en de hoogte van de algemene bijstand worden vrijgelaten. Wanneer een bijstandsgerechtigde een ongeval overkomt dan dient men in ieder geval met de volgende omstandigheden rekening te houden:

  • materiële schade wordt doorgaans geheel buiten beschouwing gelaten;
  • het verlies aan verdienvermogen (verlies aan inkomsten) wordt in de regel geheel verrekend met de bijstandsuitkering;
  • wanneer een verzekeraar een voorschot onder algemene titel verstrekt dan verdient het aanbeveling om voldoende concreet en verifieerbaar te onderbouwen waar deze vergoeding op ziet;
  • de immateriële schadevergoeding wordt niet altijd (geheel) vrijgelaten.

Verliest de bijstandsgerechtigde zijn recht op een bijstandsuitkering? Of wordt (een deel van) de schadevergoeding door de gemeente niet buiten beschouwing gelaten? Dan dient dit gedeelte gezien te worden als schade. Deze schade komt voor vergoeding in aanmerking. Dat geldt ook in het geval men het recht op een zorg- en/of huurtoeslag verliest. Oplettendheid is daarom vereist voordat men tot een finale regeling van de schade komt.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.