Op 1 juni 1849 oordeelde een rechter in Den Haag als volgt:“De verhuurder kan niet bedingen, dat, in geval van wanpraestatie van den bedongen huurprijs, door den huurder de driedubbele huur als straf of poenaliteit zal worden betaald. Zulk een beding zou leiden tot ongeoorloofde woekerwinst (...).”
Wat is een boetebeding?
Het boetebeding is een beding in de overeenkomst die bepaalt dat de debiteur bij niet-nakoming van zijn verplichtingen een boete dient te voldoen aan de crediteur. De boete bestaat meestal uit een geldsom.
Het boetebeding kan 2 doelen hebben: enerzijds moet het de debiteur een prikkel geven om netjes na te komen, anders moet er geboet worden. Anderzijds wordt de schade bij niet-nakoming gefixeerd op het bedrag van de boete. Op deze manier hoeft de schadelijdende crediteur niet nog de omvang van zijn schade te bewijzen, hij kan gewoon de boete vorderen. De boete vervangt daarom (in principe) de schadevergoeding.
Het is echter wel mogelijk om af te spreken dat naast de boete een aanvullende schadevergoeding mogelijk is en dat de crediteur nakoming kan blijven vorderen.
Een boetebeding wordt vaak afgesproken, al dan niet bij wijze van algemene voorwaarden. Ook in het arbeidsrecht zien we het boetebeding terug, bijvoorbeeld de boete bij overtreding van het concurrentiebeding of de geheimhoudingsplicht.
Matiging?
De debiteur kan de rechter verzoeken de verbeurde boete te matigen. De rechter kan daartoe overgaan ‘indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist’. In 2007 gaf de Hoge Raad aan dat een rechter niet te snel moet matigen. In die zaak had Bart Smit (onterecht) de huur opgeschort. De verhuurder vorderde betaling van de huur en betaling van de verbeurde boetes. Bart Smit maakte daartegen bezwaar, het boetebedrag van in totaal ongeveer € 100.000, stond niet in verhouding tot de ontstane schade, namelijk een paar procent wettelijke rente (geschat op een paar duizend euro). De Hoge Raad oordeelde dat een rechter pas mag matigen als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. De boete bleef in stand.
Als we kijken naar de rechtspraak, dan zien we dat een rechter onder andere naar de volgende punten kijkt:
- de verhouding tussen de werkelijke/voorzienbare schade en het gefixeerde bedrag;
- de mate van opzet en schuld;
- de wijze van totstandkoming van het beding;
- de aard en verdere inhoud van de overeenkomst waarin het beding voorkomt;
- veranderingen in omstandigheden sinds de totstandkoming van de overeenkomst;
- de omvang van de tekortkoming in verhouding tot de boete;
- de reden waarom het beding in de overeenkomst is opgenomen;
- de functie van het beding.
Eenheidsboete?
Staat er in de overeenkomst één boetebeding dat geldt voor alle mogelijke manieren van niet-nakoming? Dan is er sprake van een eenheidsboete. In dat geval zal de rechter in beginsel juist wel moeten overgaan tot matiging, aldus de Hoge Raad. Het kan namelijk zijn dat de tekortkoming van de debiteur gering is, maar dat de debiteur wel een bijzonder hoge boete verbeurt.
Disproportionele boete?
Is de verbeurde boete aanzienlijk veel hoger dan de daadwerkelijk geleden schade? Dan kan de rechter dus overgaan tot matiging. Alleen het feit dat de boete disproportioneel is, is echter niet voldoende. Er moet meer spelen.
Om een voorbeeld te geven: in 2013 wilde een vloerenwinkel het klantenbestand van een failliete concurrent kopen. Met de curator was voor de duur van de onderhandelingen geheimhouding afgesproken op straffe van een boete van € 20.000,- per overtreding. Ondertussen had de vloerenwinkel al een mailing gedaan naar een groep klanten uit dat bestand. De curator heeft het bedrijf kunnen betrappen op het aanschrijven van 163 klanten. Dat betekende dus een boete van € 20.000,- x 163 = € 3.260.000,-. De rechter vond dit toch wel erg hoog, mede gelet op het feit dat de overtreding één mailing betrof en er verder geen klanten zijn overgestapt (de schade was dus nihil) en de gemiddelde jaaromzet van de vloerenwinkel € 80.000,- bedroeg.
De rechter besloot daarom om de boete te matigen tot € 20.000,-.
Wat te doen?
Wilt u een boetebeding waarvan u zo zeker mogelijk bent dat het door de rechter ongewijzigd wordt toegepast? Denk dan na over de volgende vragen en leg uw antwoorden schriftelijk vast:
- Wat wilt u bereiken met het boetebeding?
- Wat zou voor u het gevolg zijn van niet-nakoming ?
- Wat zou een redelijk boetebedrag zijn (per mogelijke overtreding)?
Vermeld ook de volgende zaken in uw boetebeding:
- de mogelijkheid om vervangende schadevergoeding te eisen naast de boete;
- de mogelijkheid om nakoming te eisen naast de boete;
- formuleer in de overeenkomst waarom het boetebeding wordt afgesproken en hoe het bedrag is bepaald.
Heeft u vragen? Neem dan gerust contact met ons op.