Contact opnemen
13 maart 2020

De Groepsvrijstelling

In ons vorige blog bespraken wij de eerste van de vijf individuele gronden waarop het bedrijfstakpensioenfonds u moet vrijstellen van de verplicht gestelde pensioenregeling: het hebben van eigen pensioenregeling. In de komende blogs gaan wij dieper in op de andere individuele, verplichte vrijstellingsgronden. Vandaag: de groepsvrijstelling.

Vrijstelling betekent dat de werknemers in uw onderneming – hoewel vallend onder de werkingssfeerbepaling van het verplichtstellingsbesluit – toch niet gaan deelnemen aan de verplicht gestelde pensioenregeling. En met ‘verplichte vrijstelling’ bedoelen we: op het moment dat u aan de voorwaarden daarvoor voldoet, is het bedrijfstakpensioenfonds verplicht u vrijstelling te verlenen.

De groepsvrijstelling heeft tot doel het mogelijk te maken dat voor alle werknemers binnen een groep (dat wil zeggen: een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch verbonden zijn) hetzelfde arbeidsvoorwaardenbeleid geldt. Onder voorwaarden gaat het groepsbelang dus boven het bedrijfstakbelang.

De voorwaarden waaraan voldaan moet zijn, wil het bedrijfstakpensioenfonds verplicht zijn om vrijstelling te verlenen, zijn:

  • de groep heeft al een eigen – uniforme - pensioenvoorziening getroffen (die in overleg met vakorganisaties tot stand is gekomen. Het niveau van die voorziening is niet relevant);
  • de groep moet minimaal 100 werknemers hebben die niet deelnemen in het bedrijfstakpensioenfonds;
  • het aantal actieve deelnemers waarop de eigen pensioenvoorziening van de groep van toepassing is, bedraagt - op de dag van het verzoek - ten minste 25% meer, dan wel ten minste 50 actieve deelnemers meer dan het aantal werknemers waarvoor de vrijstelling gevraagd wordt. (Als bijvoorbeeld 400 werknemers onder de bedrijfstakpensioenfondsregeling vallen, dienen volgens deze 25%-regel ten minste 500 werknemers (1,25 x 400) te vallen onder de eigen pensioenregeling van de groep. Het criterium van ten minste 50 werknemers meer komt evenwel lager uit, zodat het minimale aantal deelnemers aan de groepsregeling 450 dient te zijn;
  • de vakorganisaties die betrokken zijn bij het arbeidsvoorwaardenoverleg moeten instemmen met het verzoek om vrijstelling (vaak zijn die betrokken omdat het verzoek om vrijstelling het gevolg kan zijn van het feit dat de werkgever deel is gaan uitmaken van een groep en de gevraagde vrijstelling onderdeel is van de aanpassing van het arbeidsvoorwaardenbeleid als gevolg van die nieuwe situatie).

Tot slot is nog van belang om op te merken dat niet vereist is dat de ondernemingsraad met het vrijstellingsverzoek instemt (het valt immers niet onder de reikwijdte van artikel 27 WOR). 

Nu weet u wanneer u in aanmerking kunt komen voor een vrijstelling van de verplicht gestelde pensioenregeling vanwege de groepsvrijstelling. In ons volgende blog bespreken wij een of meerdere andere vrijstellingsgrond(en).

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.