Contact opnemen
06 maart 2018

Ben ik aansprakelijk als bestuurder als ik een corporate opportunity ontneem?

De bestuurder van een vennootschap dient het belang van de vennootschap voorop te stellen. Doet hij dat niet, dan vervult hij zijn bestuurstaken niet naar behoren en kan er eventueel sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid. Op 4 april 2014 oordeelde de Hoge Raad daarover:“Bij de vervulling van hun taak dienen de bestuurders zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming te richten. (…) Wat dat belang inhoudt, hangt af van de omstandigheden van het geval. Indien aan de vennootschap een onderneming is verbonden, wordt het vennootschapsbelang in de regel vooral bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van deze onderneming.”

Wanneer is er sprake van een corporate opportunity?

Een corporate opportunity wordt in de rechtspraak omschreven als een mogelijkheid die zich voor de vennootschap voordoet om een transactie aan te gaan of zakelijke activiteiten te ontplooien die passen binnen het kader van haar bedrijfsvoering en waarvan kenbaar is dat de vennootschap daar een redelijk belang bij heeft of zou kunnen hebben. Het ontnemen van een “corporate opportunity” kan leiden tot de conclusie dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur.

Dit betekent bijvoorbeeld dat indien een (potentiële) klant zich meldt bij de vennootschap, de bestuurder niet voor zijn eigen gewin er met de klant vandoor mag gaan. Doet hij dat wel, dan heeft hij onbehoorlijk bestuurd en dient hij de schade aan de vennootschap te vergoeden, wat meestal de misgelopen winst zal zijn.

In de Corporate Governance Code 2016 staat overigens dat de bestuurder geen zakelijke kansen die aan de vennootschap toekomen mag benutten voor zichzelf of voor naasten.

Bestuurdersaansprakelijkheid?

In jurisprudentie keert deze regel terug. Zo oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland in 2014 dat de (oud-)bestuurders van een groothandel in auto-onderdelen een ernstig verwijt viel te maken en dat zij de schade van de vennootschap diende te vergoeden. Zij hadden meerdere (potentiële) klanten doorgeleid naar hun privé-vennootschappen. Daarnaast verhoogden zij als bestuurders de koopprijs van de producten van de groothandel, zodat hun privé-vennootschappen de auto-onderdelen goedkoper konden aanbieden. De misgelopen winst diende daarom aan de vennootschap vergoed te worden.

Ook bij de Ondernemingskamer komt het onderwerp “corporate opportunity” aan bod, te weten bij de vraag of er sprake is van wanbeleid. In een uitspraak van 2014 heeft de Ondernemingskamer het bestaan van een corporate opportunity getoetst aan de hand van de volgende omstandigheden:

  • een vergelijking van de missies van de beide ondernemingen en de terreinen waarop de ondernemingen zich begeven;
  • in hoeverre de door de vennootschap daadwerkelijk ontplooide activiteiten aansloten bij die van de nieuwe onderneming;
  • of de nieuwe onderneming relevant voordeel trok uit de kennis en ervaring die de oud bestuurders/aandeelhouders hadden opgedaan binnen de vennootschap;
  • of de vennootschap nadeel ondervond doordat de oud bestuurders/aandeelhouders energie staken in de nieuwe onderneming.

In deze zaak dreef de vennootschap een onderneming die zich bezighield met de ontwikkeling van software die energietransities berekende. De (oud-)bestuurders zijn op een later moment ook een onderneming gaan voeren die zich richtte op water en voedsel. De vennootschap was van mening dat de (oud-)bestuurders deze nieuwe onderneming in de vennootschap hadden moeten onderbrengen. In dit geval werd het bestaan van een corporate opportunity niet aangenomen, omdat niet alle hierboven genoemde omstandigheden zich voordeden. De activiteiten van de nieuwe onderneming van de bestuurders waren niet (precies) hetzelfde als die van de vennootschap. De bestuurders hadden daarnaast geen relevant voordeel.

Conclusie

Een bestuurder mag onder bepaalde omstandigheden ook bestuurder en/of aandeelhouder zijn van een andere onderneming, zolang hij daarmee niet het belang van de vennootschap uit het oog verliest. Zo mag een bestuurder de vennootschap geen corporate opportunities ontnemen en voor zichzelf benutten. Doet hij dat wel, dan kan de bestuurder aansprakelijk zijn en dient hij de eventuele schade – de misgelopen winst – te vergoeden.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.