|
|
 De dubbelrol van de vakbonden
Vakbond verkwanselt tot twee maal toe wachtgeldregeling
Door mr. Gerda Aufderhaar
Doordat ik zowel voor werkgevers als ook werknemers optreed, weet ik doorgaans welke belangen er bij de ander meespelen. Daar maak ik positief gebruik van.
Soms tref je een werkgever met een wel heel sociaal gezicht: voordat de werknemer er om vraagt, is al rekening gehouden met diens belangen. De laatste keer dat me dat overkwam, werden die belangen echter meteen weer verkwanseld.
Er was een reorganisatie gaande bij de zorginstelling waar mevrouw werkte. Ik had de eer en het genoegen om deze van begin tot einde te mogen begeleiden. Terwijl de onderhandelingen tussen de zorginstelling en de vakbonden over een Sociaal Plan nog in volle gang waren, kwam er juist een nieuw CAO-accoord in de betreffende sector rond. De wachtgeldregeling in de nieuwe CAO was beduidend korter en lager dan de oude wachtgeldregeling. De werknemersvakbonden die bij de onderhandelingen over het CAO-accoord betrokken waren, hadden geen overgangsregeling bedongen. Pats boem, de wachtgeldregeling voor mevrouw kelderde plotsklaps van 63 maanden naar 26 maanden. Gezien haar leeftijd was de kans op ander werk gering; na iets meer dan 2 jaar zou ze op een inkomen op bijstandsniveau moeten terugvallen, terwijl ze anders tot aan haar AOW een redelijk inkomensniveau zou hebben gehad. Bovendien was ook de pensioenopbouw nu aanzienlijk minder. In het Sociaal Plan stond een afkoopregeling: werknemers konden ervoor kiezen om het geld dat ze iedere maand aan wachtgeld van werkgever zouden ontvangen (na toepassing van een soort van kortingspercentage) in één keer vooraf betaald te krijgen; dan konden ze vervolgens zelf regelen hoe ze dat financieel voordelig onderbrachten bij bijvoorbeeld een inkomens-verzekeraar. Een snelle rekensom leerde dat het verschil tussen beide afkoopbedragen voor mevrouw ruim € 35.000,00 bedroeg. Mevrouw had een jarenlange goede staat van dienst. Daarom vond de werkgever het sneu om haar met het lagere bedrag af te schepen, ondanks het feit dat de nieuwe wachtgeldregeling zou gelden ten tijde van het ontslag. Men bood haar dus het gemiddelde van beide bedragen aan. Omdat ze zelf geen weet had van dat soort zaken, schakelde mevrouw de vakbond in. Die wezen haar één van hun juristen toe als belangenbehartiger. En wat denkt u? Bedankt die vakbondsjurist namens haar voor het aanbod! In plaats daarvan liet hij het op een procedure bij de kantonrechter aankomen - hij ging voor het hoogste bedrag. Hij kende het spreekwoord “wie het onderste uit de kan wil, krijgt het deksel op de neus” kennelijk niet. Hij realiseerde zich bovendien niet dat het zijn eigen kornuiten waren geweest die aan de onderhandelingstafel tot tweemaal aan toe (tijdens de landelijke CAO-onderhandelingen én tijdens de onderhandelingen met de zorginstelling over het Sociaal Plan) het wachtgeld van mevrouw zonder vorm van compensatie hadden verkwanseld. Had hij zich dat wél gerealiseerd, had hij bij de rechter wellicht minder hoog van de toren geblazen dat het wachtgeld beláchelijk laag was. De kantonrechter kende gewoon de op dat moment geldende – lagere – wachtgeldregeling toe. Stiekem vraag ik me dan af: zou mevrouw nog steeds vakbondslid zijn?
Terug naar vorige pagina
|