Vijf vragen aan
Wouter van Tol

Wat zou je worden als je géén advocaat was?

Dierenarts.

Wat maakt volgens jou een goede advocaat?

Een goede advocaat beschikt naar mijn idee over het merendeel van de volgende eigenschappen: hij is integer, slim, beschikt over mensenkennis, heeft overtuigingskracht, is creatief, kan goed met mensen omgaan en begrijpt de cliënten, hun problemen en mogelijkheden. 

Waar mogen we je 's nachts voor wakker maken?

Als je me dan toch wakker maakt: in de zomer biedt dat een mooie gelegenheid om tegen het einde van de nacht reeën e.d. te gaan spotten, onder het genot van een kan koffie. Maar voor een lange vakantie naar een tropische bestemming ben ik ook best in, hoor. 

Als je neefje of nichtje vraagt wat voor werk je doet, wat vertel je dan?

Ik help mensen of bedrijven die een discussie of ruzie hebben met anderen over hun baan of over hun inkomen, dat ik hen adviseer over de wijze waarop dit kan worden opgelost, en dat ik - in het geval er geen oplossing te vinden is – aan een rechter vraag te beslissen wie er nu gelijk heeft in deze discussie. Om dat goed te doen moet ik veel lezen en schrijven.

Harvey Specter of Louis Litt?

Moeilijke keuze! Beiden kunnen wel op mijn sympathie rekenen: Harvey handelt natuurlijk vooral vanuit de rede, laat zich (meestal) niet door zijn emoties sturen. Bij Louis is dit andersom: hij handelt juist vooral vanuit zijn emoties. Ik denk dat bij een advocaat beide aspecten goed ontwikkeld moeten zijn, het een kan niet zonder het andere. Maar als ik moet kiezen: Louis. Zonder hem zou ‘Suits’ een saaie serie zijn.