Vijf vragen aan
Nine Bennink

Waar mogen we je 's nachts voor wakker maken?

Een calamiteit of een reis naar een ver land waarvoor ik ’s nachts naar een vliegveld moet. 

Als je neefje of nichtje vraagt wat voor werk je doet, wat vertel je dan?

Dat een advocaat mensen kan helpen als zij een probleem hebben. Overigens zou ik niet te veel praten, maar mijn neefje of nichtje mijn toga aantrekken. Het dragen van de toga is voor mij een van de meest karakteristieke onderdelen van mijn beroep.  

Welk boek ligt er op je nachtkastje?

Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry (1943), een kinderboek met diverse diepzinnige en idealistische punten over het leven, stereotypen en de mensheid. 

Met welke persoon zou je wel eens een dagje willen ruilen?

Ik zou met niemand een dagje willen ruilen. Als goede advocaat ben je voortdurend bezig om jezelf tactisch te bewegen, aan te passen waar nodig, strategie te bepalen en te improviseren. 

Harvey Specter of Louis Litt?

Ik kijk geen Suits. Ik bevind mij liever in de echte (advocaten)wereld.