Vijf vragen aan
Mousa Ichoh

Waarom ben je advocaat geworden?

Het recht heeft betrekking op alle facetten binnen de maatschappij. Denk aan de relaties overheid/burger, werkgever/werknemer, consument/producent,  ouders/kind, arts/patiënt. Je kunt het zo gek niet bedenken of die kwestie wordt beheerst door het recht. Ik vind dat fascinerend. Om die reden heb ik besloten rechten te gaan studeren en advocaat te worden, want als advocaat houd ik mij dagelijks bezig met de verschillende rechtsverhoudingen binnen de maatschappij.   

Wat zou je worden als je géén advocaat was?

Ik wilde eigenlijk altijd arts worden om mensen medisch te kunnen helpen. Dat lag ook voor de hand, aangezien ik uit een familie van medici kom. Zo is mijn tante bijvoorbeeld gepromoveerd in de geneeskunde. Zij is directrice van een ziekenhuis in het buitenland. Een andere oom is hoogleraar geneeskunde in Australië. Een neef is hoofdarts in Zweden. Dat heeft mij altijd geïnspireerd totdat ik ontdekte dat ik rechten eigenlijk leuker vind.   

Is er iets of iemand die je graag zou willen vertegenwoordigen?

Ik sta met veel plezier diverse gemeenten en ondernemingen bij en help hen om complexe zaken op te lossen. Dat geeft veel voldoening. Als de zaak maar complex en uitdagend is, dan pak ik het graag op. 

Waar of bij wie haal jij inspiratie voor je vak vandaan?

Bij de cliënten die ik bijsta door niet alleen hun procespositie in te schatten maar door hen eerst volledig te begrijpen en in te zien wat er voor hen op het spel staat. Vanuit dat gezichtsveld krijg ik inspiratie om al het mogelijke te doen om hen te helpen.  

Harvey Specter of Louis Litt?

Een cliënt voor wie ik alle zaken won, vergeleek mij met Harvey Specter. En aangezien ik Louis Litt verschrikkelijk vind, ga ik met genoegen voor Harvey Specter.