Vijf vragen aan
Guido Andriol

Waarom ben je advocaat geworden?

Ik wilde als kind al advocaat worden. Ik ben een mensen-mens en help graag mensen met het oplossen van hun problemen binnen de complexiteit van het recht. Het niet beheersen van het recht, maar ook de Nederlandse taal in geschrift  leidt tot ongelijkheid, onrecht en ontevredenheid. Niet iedereen is in staat zich te bekwamen in rechtsregels. Met mijn bijdrage hoop ik een stukje van het onrecht weg te nemen. 

Wat maakt volgens jou een goede advocaat?

Een goede advocaat kent het recht, maar is ook in staat en bereid te kijken naar omstandigheden. Hij levert maatwerk en handelt afhankelijk van de omstandigheden. Daarbij speelt mensenkennis, tact en pragmatisme een rol.

Is er iets of iemand die je  graag zou willen vertegenwoordigen?

Er is niet een bijzonder persoon of instelling die ik graag zou willen vertegenwoordigen.  Wel is het zo dat hoe complexer de casus is, hoe interessanter ik deze vind.

Wat is het hoogtepunt uit je juridische carrière?

In mijn carrière kan ik niet een specifiek hoogtepunt aanwijzen. Ik heb veel dingen meegemaakt, maar kan mij nog altijd verbazen over de realiteit. Ik kom dingen tegen die je in je fantasie niet kunt bedenken. 

Samenvatting of de hele wedstrijd?

De hele wedstrijd. In een letselschade casus kom je doorgaans korte tijd na het ongeval in aanraking met een slachtoffer. Je ontmoet dan een slachtoffer in waarschijnlijk de kwetsbaarste periode van zijn leven. Bijzonder is dat je in de persoonlijke levenssfeer van iemand komt, in zijn eigen huis, zijn kwetsbaarheid en zijn verdriet. Het is interessant om te zien hoe mensen hiermee omgaan. Vaak worden de problemen overwonnen en wordt een nieuw evenwicht gevonden.