Verkapte uitsluiting en beperking van aansprakelijkheid bij garanties in de bouw

Leestijd: 9 minuten | Publicatiedatum: 29-03-2019 | Type: Blog/artikel | Auteur: Jan Schutrups

Garantie is altijd een onderwerp van discussie in de bouw en het bouwrecht. De opvatting bestaat dat zo lang je maar garantie op een onderdeel hebt dat het dan goed is. Dat is in algemene zin ook zo. Als er onder de toepasselijkheid van het Burgerlijk Wetboek een beroep gedaan kan worden op een garantie vindt immers een omkering van de bewijslast plaats.

Garantiegever moet bewijzen

In het Nederlandse wettelijke systeem is de hoofdregel ‘hij die stelt, moet bewijzen’. Op deze regel bestaan enkele uitzonderingen, zo ook in het geval van garanties. Indien een aannemer een garantie afgeeft voor een onderdeel van een door hem opgeleverd bouwwerk en de opdrachtgever binnen die garantietermijn klaagt over dat onderdeel, dan is de aannemer is beginsel verplicht tot herstel. De opdrachtgever hoeft dan niet te bewijzen dat het opgetreden ‘gebrek’ aan de aannemer te wijten is. Dit wordt in het geval van garanties aangenomen, behoudens tegenbewijs. De aannemer moet derhalve overgaan tot herstel, tenzij hij kan bewijzen dat het gebrek niet aan hem toegerekend kan worden.

 Een door de aannemer afgegeven garantie levert derhalve een extra zekerheid voor de opdrachtgever op. Ondanks dat de opdrachtgever stelt dat de aannemer aansprakelijk is voor de door hem geleden schade, hoeft hij die aansprakelijkheid niet te bewijzen.

 Toerekenbare tekortkoming wel bewijzen

Naast een beroep op een garantie kan de opdrachtgever ook aanspraak maken op herstel bij een gebrek op basis van de standaard wettelijke aansprakelijkheid van de aannemer. Maar dan verkeert de opdrachtgever wel in een bewijsrechtelijk moeilijkere positie. Hij kan niet volstaan met het stellen dat er een gebrek is, maar moet ook de oorzaken daarvan en de aansprakelijkheid van de aannemer daarvoor bewijzen. Toch maar die garantie dus.

Exoneratie

Maar let op! soms wordt met een garantiebepaling de aansprakelijkheid niet verruimd, maar juist beperkt. Er is dan sprake van een verkapte exoneratie (uitsluiting of beperking van aansprakelijkheid).

Als voorbeeld mag dienen een zaak die ter beoordeling werd voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw:

Een aannemer had een garantie op de dakbedekking van de door hem gebouwde woning afgegeven van drie jaar. Daarbij was een voorbehoud opgenomen: “De herstelkosten komen voor rekening van de opdrachtgever als de schade zou worden veroorzaakt door een storm met een windsnelheid groter dan 17,1 meter per seconde”.

Enerzijds wordt de bewijspositie van de opdrachtgever verbeterd. Hij heeft immers een garantie waardoor hij niet hoeft te bewijzen dat de aannemer aansprakelijk is voor een eventueel gebrek. Anderzijds wordt de aansprakelijkheid van de aannemer ook beperkt. In die zin dat de aannemer in geen enkel geval aansprakelijk is voor gebreken/schade als deze is/zijn veroorzaakt door een storm met windsnelheden van groter dan 17,1 meter per seconde. Indien aan die voorwaarden wordt voldaan is niet uitsluitend de garantie niet van toepassing, maar geldt dat iedere aansprakelijkheid van de aannemer is uitgesloten. Immers bepaalt het voorbehoud dat de kosten in dat geval voor rekening van de opdrachtgever komen.

Nu in deze zaak duidelijk was dat de schade is ontstaan na een ernstige storm, was de aannemer in dit geval niet aansprakelijk voor de ontstane schade. Er zijn echter ook gevallen bekend dat een dergelijke exoneratie door de Raad van Arbitrage toch terzijde is gelegd. 
  

Standaardvoorwaarden en (verkapte) garantie

De garantie en de exoneratie zien we ook terug bij de toepassing van standaardvoorwaarden in de bouw zoals de UAV 2012.1

Par. 22 UAV 2012 lid 2 bepaalt : “2. Indien in het bestek is vermeld dat één of meer onderdelen van het werk moeten worden gegarandeerd, zal de aannemer op eerste aanzegging van de opdrachtgever zo spoedig mogelijk de tijdens de garantieperiode optredende gebreken herstellen. Gebreken in de zin van deze bepaling zijn gebreken, waarvan de opdrachtgever aannemelijk maakt dat die met grote mate van waarschijnlijkheid moeten worden toegeschreven aan een omstandigheid, die aan de aannemer kan worden toegerekend.”

Door toepassing van deze bepaling is de aannemer beter beschermd dan wanneer een ‘standaard’ garantie wordt afgegeven. Er is immers geen sprake van een harde omkering van de bewijslast zoals hiervoor bij garantie is toegelicht . De opdrachtgever moet immers aannemelijk maken dat het gebrek is te wijten aan de aannemer. Deze bewijslast strek wel wat minder ver dan de wettelijke, er is immers sprake van ‘aannemelijk maken’ hetgeen minder ver strekt dan ‘bewijzen’.

Indien geen sprake is van een garantie voor een onderdeel van het werk geldt paragraaf 12 van de UAV 2012 (de verborgen gebreken regeling):

1. Na de dag, waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in par.10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd, is de aannemer niet meer aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk.
2. Het in het eerste lid bepaalde lijdt uitzondering indien sprake is van een gebrek;
a. dat toe te rekenen is aan de aannemer en
b. dat bovendien ondanks nauwlettend toezicht tijdens de uitvoering dan wel bij de opneming van het werk als bedoeld in par. 9 tweede lid, door de directie redelijkerwijs niet onderkend had kunnen worden en waarvan
c. de aannemer binnen een redelijke termijn na de ontdekking mededeling is gedaan.

Verder bepaalt  deze paragraaf nog dat je de vordering voor een verborgen gebrek moet instellen binnen 5 jaar na de oplevering respectievelijk de onderhoudstermijn.

Wederom zien we een beperking van de wettelijke aansprakelijkheid van de aannemer. Stel er is een gebrek in de constructie van het dak waardoor een lekkage optreedt. Ten aanzien van de constructie van het dak is een garantie van drie jaar afgegeven.

1. Indien de lekkage binnen drie jaar optreedt en de opdrachtgever tevens binnen die drie jaar klaagt, dan komt hem een beroep toe op de garantie en hoeft hij uitsluitend aannemelijk te maken dat het gebrek de aannemer kan worden toegerekend (ex. par. 22 UAV): het herstel is dan voor rekening van de aannemer.
2. Klaagt de opdrachtgever na drie jaar, maar binnen 5 jaar na de oplevering dan komt hem geen beroep meer toe op de garantie, maar kan hij wel een beroep doen op de verborgen gebreken regeling. Hij moet dan bewijzen dat het gebrek is toe te rekenen aan de aannemer: het herstel is pas voor rekening van de aannemer als de opdrachtgever kan bewijzen.

3. Klaagt de opdrachtgever later dan 5 jaar na de oplevering, dan is de aannemer niet meer aansprakelijk: het herstel is voor rekening van de opdrachtgever.

Het goed formuleren van garanties/aansprakelijkheden en vooral de beperkingen daarvan, en de eventuele keuze van het toepassen van (standaard)voorwaarden is van essentieel belang bij het aangaan van de overeenkomst. 

 


1Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken van technische installatiewerken 2012(UAV 2012)

Deze informatie delen: