De samenloop van schadeveroorzakende oorzaken in de bouw: Medeaansprakelijkheid

Leestijd: 9 minuten | Publicatiedatum: 02-04-2019 | Type: Blog/artikel | Auteur: Bonny Heupers

Stel: Een bouwkundig ingenieursbureau laat, ten behoeve van haar uitbreiding, een architect een ontwerp maken voor een nieuw kantoorpand. Bij dit ontwerp maakt de architect een ernstige ontwerpfout, hij verschrijft zich bij een belangrijke maataanduiding door daar millimeters in plaats van centimeters op te nemen. Vervolgens wordt het ontwerp overgedragen aan de aannemer die de evidente fout niet opmerkt, waardoor hij niet voldoet aan zijn waarschuwingsplicht jegens de opdrachtgever,  en het ontwerp uitvoert. Enkele weken na de oplevering en de ingebruikname van het pand stort er een tussenwand in, waarna blijkt dat de gehele verdieping instabiel is en opnieuw gebouwd moet worden. Wie is aansprakelijk voor de ontstane schade?

Geen bouwwerk komt tot stand door de inzet van slechts één persoon. De bouw is bij uitstek een werkveld waarbij meerdere partijen betrokken zijn en waar derhalve door meerdere partijen fouten gemaakt kunnen worden. Maar wie is aansprakelijk voor de schade wanneer er sprake is van een dergelijke aaneenschakeling van fouten?

In onderhavig voorbeeld wordt uitsluitend uitgegaan van de wet. Let wel, de uitkomsten kunnen daarom anders worden indien algemene voorwaarden of specifieke afspraken ten aanzien van dit onderwerp gelden.

Zorgplicht van de architect

Het is duidelijk dat de eerste fout in het genoemde voorbeeld is begaan door de architect. De architect is door de fout toerekenbaar tekort geschoten in zijn zorgplicht (art. 7:401 BW). Van de architect wordt namelijk verwacht dat hij bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht neemt. De goed opdrachtnemer is in deze de ‘maatman’. Deze maatman zorgt voor een bouwplan dat technisch deugdelijk, financieel haalbaar en juridisch uitvoerbaar is. In dit geval is sprake van een kennelijke verschrijving in het ontwerp. De architect had millimeters opgeschreven terwijl uit alles duidelijk blijkt dat het centimeters hadden moeten zijn. Een dergelijke fout is in beginsel toerekenbaar aan de architect.

Waarschuwingsplicht van de aannemer

De aannemer heeft jegens diens opdrachtgever een waarschuwingsplicht met betrekking tot onjuistheden in de opdracht voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen (art. 7:754 BW). In onderhavig geval is sprake van een evidente fout. De aannemer had de fout derhalve redelijkerwijs behoren te kennen. Door de fout niet op te merken is de aannemer toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting om de opdrachtgever te waarschuwen voor fouten in het ontwerp.

Medeaansprakelijkheid

Het is duidelijk dat zowel de architect als de aannemer een fout hebben gemaakt als gevolg waarvan de opdrachtgever schade lijdt. Wanneer twee of meerdere personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade dan is sprake van medeaansprakelijkheid of medeschuld.  Ieder van hen is dan hoofdelijk aansprakelijk voor de schade jegens de schuldeiser (art. 6:102 BW). Hoofdelijkheid betekent dat de schuldeiser zowel de architect als de aannemer kan aanspreken voor het volledige schadebedrag. Tegen deze aansprakelijkheid kan de aannemer zich jegens de opdrachtgever niet verweren door zich te beroepen op het feit dat ook de architect fouten heeft gemaakt.  Wel kan de aannemer regres nemen (art. 6:10 BW) op de architect indien hij de volledige schade zou vergoeden.

Een en ander zou anders worden indien als gevolg van de afzonderlijke fouten van de aannemer en architect twee verschillende schades zouden zijn ontstaan. In casu was de schade niet ontstaan indien de architect de ontwerpfout niet had gemaakt. Echter de schade was ook niet ontstaan als de aannemer de fout had opgemerkt en de opdrachtgever had gewaarschuwd. Beide fouten lijden derhalve tot dezelfde schade en diezelfde schade had voorkomen kunnen worden indien één van de partijen zijn verplichtingen juist was nagekomen.

Wat betreft de verdeling van ieders aandeel in de schade geldt dat de schuldenaren (de architect en de aannemer) dit in beginsel onderling dienen uit te vechten. Het is bijvoorbeeld goed denkbaar dat in een geval van medeschuld, de één slechts voor 30% heeft bijgedragen aan de schade en de ander voor de overige 70%. Deze ‘redelijke verdeling van de aansprakelijkheid’ kan de schuldeiser niet tegengeworpen worden. Hij geniet in die zin ‘inningsgemak’.

 In de praktijk ziet men echter vaak dat indien slechts één van de schuldenaren (bijvoorbeeld de aannemer) door de schuldeiser wordt aangesproken voor de volledige schade deze niet vrijwillig zal betalen. De aannemer weet immers dat ook door de architect fouten zijn gemaakt en acht het om die reden waarschijnlijk niet redelijk dat de schade op hem wordt verhaald. Het zal dan komen tot een gerechtelijke of arbitrale procedure waarbij de medeschuldenaar (de architect) waarschijnlijk  in vrijwaring door de aannemer zal worden opgeroepen, zodat meteen een oordeel geveld kan worden over hoe de aansprakelijkheid verdeeld moet worden. 

Eigen schuld?

En hoe zit het dan met een mate van ‘eigen schuld’ (artikel 6: 101 BW). Zoals te lezen in de casus was de opdrachtgever een bouwkundig ingenieursbureau. De opdrachtgever is derhalve deskundig op het gebied van bouw en het lezen van bouwtekeningen. Wellicht heeft de opdrachtgever zelfs één van haar eigen werknemers de directievoering opgedragen. Hoe de mate van ‘eigen schuld’ invloed heeft op dit soort situaties leest u volgende maand in het tweede deel van dit artikel.

Overeenkomsten en algemene voorwaarden kunnen, indien juist vorm gegeven, de mogelijkheden tot (mede)aansprakelijkheid voor schade beperken.

Deze informatie delen: