Door mr. Robert Kroon
Inleiding
Dit keer wil ik stilstaan bij een activiteit waar bijna elk bedrijf met personeelsleden mee te maken heeft, het bedrijfsuitje. Aan de hand van een zaak waarover de Hoge Raad eind 2007 een uitspraak heeft gedaan laat ik zien dat een onschuldig en oh zo gezellig bedrijfsuitje verstrekkende gevolgen kan hebben. Ik schets daarbij de casus en vraag uw mening. Daarna geef ik aan hoe de rechters daarover denken. Vervolgens sluit ik af met de les die hieruit kan worden geleerd.
Wat is er gebeurd?
Op een mooie dag in februari 1998 viert bedrijf X haar jaarlijks bedrijfsuitje met haar voltallig personeel en ‘aanhang’. Men gaat bowlen in een groot partycentrum. Na afloop gaat men naar het restaurantgedeelte van het centrum om te barbecueën. De zaal is sfeervol ingericht. In het midden staat een gasgestookte barbecue met daarboven een afzuigkap. Daar omheen staan de tafeltjes met elk zes stoelen gegroepeerd. Op die tafeltjes staan gezellige olielampjes gevuld met lampolie. Aan een van die tafeltjes zitten de werknemers: Ronald en John, hun baas Arie en hun partners.
Tijdens de maaltijd wordt er flink gelachen. Natuurlijk wordt er ook gedronken en niet alleen limonade. Na afloop van de maaltijd wordt er nog wat nageborreld. De sfeer is erg goed. De drie mannen worden wat baldadig, gooien elkaar wat lampolie toe en jutten elkaar op. Op een gegeven moment gooien Ronald en John zelfs hete lampolie op het nog warme barbecuerooster. De gevolgen zijn enorm. Er ontstaat een heftige steekvlam en het restaurantgedeelte en de keuken van het partycentrum branden volledig af. Gelukkig raakt er niemand gewond, maar de materiële schade is erg groot. De verzekeringsmaatschappij van het partycentrum keren enkele miljoenen (toen nog) guldens uit. Echter, die uitkering is niet voldoende om de volledige schade te dekken. Het partycentrum probeert daarom de schade te verhalen op de twee werknemers Ronald en John en bedrijf X.
Wat vindt u?
Is bedrijf X ook aansprakelijk voor de schade?
Wat vinden Rechtbank en het Gerechtshof?
De rechtbank vond dat er onvoldoende verband bestond tussen het werknemerschap van de werknemers en de gebeurtenis en wees de claim af. De fout werd immers buiten werktijd en buiten de plaats waar normaliter werd gewerkt gemaakt. Bovendien had die fout niets van doen met de normale bedrijfsuitoefening. Het gerechtshof dacht daar echter geheel anders over en veroordeelde ook bedrijf X tot vergoeding van de schade.
Wat vindt de Hoge Raad?
De Hoge Raad deelt de mening van het Gerechtshof. Zij vond van belang dat het uitje werd georganiseerd en betaald door het bedrijf en het feestje mede in het belang van de saamhorigheid in het bedrijf en de motivatie van de werknemers werd georganiseerd. Bovendien mocht van baas Arie worden verwacht dat hij zou voorkomen dat er olie op de barbecue werd gevoerd. Hij heeft dat niet gedaan. Integendeel, hij heeft door zijn gedrag (meedoen aan het opjuttende gooifestijn) juist de kans op schade vergroot.
Wat valt hieruit te leren?
1. natuurlijk dat we niet alleen voorzichtig moeten zijn met olie en vuur, maar ook met olie en hete roosters;
2. dat een werkgever en zijn leidinggevenden ook tijdens een bedrijfsuitje hun verantwoordelijkheid moeten nemen en van hen verwacht wordt dat zij het hoofd koel houden en ingrijpen waar nodig is om ongelukken en schade te voorkomen.
Mr. Robert Kroon, Damsté Advocaten, vestiging Almelo