|
|
 Een werknemer is geen bezit
Concurrentiebeding wordt niet altijd zuiver toegepast
Door mr. Gerda Auderhaar
Ik kende haar al een tijdlang. Onze dochters hadden besloten elkaars vriendinnen te worden. Ze vertelde me dat ze haar beslissing had genomen omdat het al een tijdje niet zo goed meer ging. Het bedrijfje waar ze werkte, had haar voor 18 uur per week aangenomen, maar van lieverlee deed haar baas steeds vaker een beroep op haar om over te werken. En ze was het zat, dat zich in bochten moeten wringen om dat overwerk te kunnen doen. Naast haar mans werk, de schooltijden van de kinderen, het huishouden en alle sociale verplichtingen waren die 18 uur per week goed te doen. Daarna was de balans zoek en bekroop haar het idee dat ze leefde om te werken in plaats van dat ze werkte om te leven. Eén ding frustreerde haar enorm. Haar baas beloofde telkens beterschap, maar iedere keer leek het alsof hij zijn belofte ook weer binnen een paar weken vergeten was.
En dus ging ze op zoek naar een andere baan. Bij een groter bedrijf, zodat de werklast over meer mensen verdeeld kon worden en zij niet altijd degene zou zijn die de nood wel weer lenigde. Dat bedrijf vond ze, maar vervolgens dreigde haar baas roet in het eten te gooien. Want ze had een non-concurrentiebeding, getekend en wel. En het bedrijf waar ze welkom was stond wel degelijk binnen die straal van 25 kilometer gerekend vanaf het bedrijfje waar ze nu werkte. Haar baas wist eerst van geen wijken. Ja maar, waar ben je dan bang voor, had ze hem nog gevraagd. Denk je nou werkelijk dat ik erop uit ben om je klanten in te pikken zodra ik hier weg ben? Dat bedrijf waar ik ga werken is veel groter en dat heeft genoeg eigen klanten; dat is nou juist de reden waarom ze er een medewerker bij kunnen gebruiken.
Ik heb met enige moeite haar en haar baas zo ver gekregen, met mij en de accountant van het bedrijfje om de tafel te gaan. Samen zouden we misschien wel een oplossing kunnen verzinnen. Elkaar in een juridisch steekspel betrekken kon altijd nog. Uiteindelijk, na veel vijven en zessen, kreeg ik boven tafel dat het voor haar baas er helemaal niet om ging om haar te houden aan het concurrentiebeding. De ware reden was dat hij voor haar een opvolger moest zien te vinden, en dat dit makkelijker was gezegd dan gedaan. Dus in feite profiteerde hij van het concurrentiebeding om haar vast te houden, zodat hij langer de tijd zou hebben om een geschikte opvolger te vinden. Daarvoor was het concurrentiebeding natuurlijk niet bedoeld. Schoorvoetend beaamde hij dat ook wel.
Zij verliet even de kamer om met haar nieuwe werkgever te bellen. De accountant stak in de rookzone nog een sigaretje op en ik heb met haar baas nog genoeglijk over de eigenaardigheden van elkaars branche gekeuveld. Opeens kwam ze met een stralend gezicht terug: het nieuwe bedrijf vond het goed dat ze 1 maand later in dienst trad en zonodig in het begin nog 1 dag per week werd uitgeleend aan haar oude baas. De baas gaf nog diezelfde middag de advertentietekst voor het vinden van een opvolger op aan het tijdschrift van de vakvereniging. Had hij dat maar eerder gedaan, dan hadden ze niet als kemphanen tegenover elkaar hoeven zitten. Binnen twee weken had hij zo namelijk een geschikte opvolger gevonden.
Zo zie je maar; het loont de moeite om je in de positie van de ander te verdiepen.
Eind goed, al goed? Dat is maar hoe je het bekijkt. Vroeger kwamen ze op elkaars verjaardagen, maar daar aan die onderhandelingstafel was het dunne laagje sociale vernis er ineens af. Er werd hier meer beëindigd dan alleen een arbeidsrelatie. Zo zonde.
Terug naar vorige pagina
|