Door mr. Robert Kroon
Inleiding
Dit keer wil ik u een zaak voorhouden waarover de Hoge Raad in november 2006 een uitspraak heeft gedaan. De zaak had betrekking op een onderwerp waarmee de bouwwereld vaak te maken krijgt, namelijk de waarschuwingsplicht van de (onder)aannemer. Ik schets daarbij de casus en vraag uw mening. Daarna geef ik aan hoe de rechters daarover denken. Vervolgens sluit ik af met de les die hieruit kan worden geleerd.
Wat is er gebeurd?
Tegelzetbedrijf Aannemer heeft opdracht gekregen om in twee bedrijfshallen een tegelvloer te leggen. Aannemer heeft het werk vervolgens in onderaanneming uitbesteed aan zijn collega, tegelzetbedrijf Onderaannemer. Aannemer geeft Onderaannemer daarbij dezelfde informatie die hij van zijn opdrachtgever heeft ontvangen. Bij die informatie bevond zich ook het ontwerp van de vloer.
De reden voor inschakeling van Onderaannemer is niet geweest dat deze meer deskundig was, maar omdat Aannemer zelf onvoldoende tijd had het werk uit te voeren. Zowel Aannemer als Onderaannemer zijn even deskundig op het terrein van constructies van vloeren en het leggen daarvan. Beiden zijn ook voldoende in staat ontwerpfouten te onderkennen.
Nadat Onderaannemer het werk had uitgevoerd, ontstond schade aan de tegelvloer. Deskundigenonderzoek heeft uitgewezen dat die schade geheel is veroorzaakt door het ontbreken van een drukverdelende laag in het ontwerp. De opdrachtgever heeft daarvoor Aannemer aansprakelijk gesteld en Aannemer heeft op zijn beurt de zwartepiet weer bij Onderaannemer gelegd. Aannemer is van mening dat Onderaannemer hem voor de fout in het ontwerp had moeten waarschuwen. Onderaannemer wijst de aansprakelijkheid af, omdat de Aannemer zelf deskundig genoeg is en zelf dus ook de fout had kunnen en moeten ontdekken. Omdat Onderaannemer geen aansprakelijkheid wil erkennen wordt er in 2000 een procedure gestart.
Wat vindt u?
Had de onderaannemer de even deskundige aannemer moeten waarschuwen en dus zijn broeders hoeder moeten zijn?
En Rechtbank en Gerechtshof?
Rechtbank en Hof vonden van niet, omdat Aannemer evenveel informatie had als Onderaannemer en even deskundig was. Aannemer had de fout bij het aannemen van de opdracht reeds kunnen en moeten ontdekken.
Wat vindt de Hoge Raad?
Aannemer was het met het oordeel van Rechtbank en Hof niet eens, omdat het volgens hem niet juist kan zijn dat door de enkele omstandigheid dat hij net als de onderaannemer deskundig is, deze laatste geen waarschuwingsplicht meer heeft. De Hoge Raad is het daarmee eens. Het enkele feit dat de aannemer voldoende deskundig is, ontslaat de onderaannemer nog niet van zijn waarschuwingsplicht.
Zaak daarmee afgelopen?
Nee, hiermee is er nog geen einde aan de zaak gekomen. De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar een ander Gerechtshof. Dat hof moet de zaak opnieuw beoordelen met inachtneming van de regel dat het enkele feit dat de aannemer deskundig is de onderaannemer niet van zijn waarschuwingsplicht ontslaat. De uitkomst zou dan kunnen zijn, dat beiden een deel van de schade moeten dragen. In hoeverre de verdeling zal plaatsvinden kan ik niet beoordelen, omdat ik de details van de zaak niet ken.
Wat valt hieruit te leren?
1. Wanneer u een opdracht aanvaardt, dient u de stukken goed na te kijken en de werksituatie goed te beoordelen. Wanneer het u daarbij opvalt dat er bijvoorbeeld fouten in het ontwerp zitten of het te bewerken object niet geschikt is voor de door u uit te voeren bewerking, dient u uw opdrachtgever daarvoor altijd te waarschuwen (dus óók als die opdrachtgever zelf deskundig is en het ook had kunnen ontdekken.
2. Dat een rechtszaak soms jaren kan duren. In deze zaak duurde de procedure tot en met de uitspraak van de Hoge Raad maar liefst 6 jaar. En tenzij partijen de zaak inmiddels hebben geschikt, duurt deze nog steeds voort.
Mr Robert Kroon
Damsté Advocaten
vestiging Almelo