
![]() Vervroegde invrijheidsstelling
door mr. R. Oude Breuil (Damsté Advocaten) Huidige situatie Bij een veroordeling tot een vrijheidsstraf van tenminste 6 maanden en maximaal 12 maanden, dient de veroordeelde van het gedeelte van de vrijheidsstraf boven de 6 maanden slechts een derde deel te ondergaan. Indien aan een veroordeelde dus een gevangenisstraf van 9 maanden is opgelegd, wordt de veroordeelde na 6 maanden + (3 maanden x 1/3)= 7 maanden vervroegd in vrijheid gesteld. Bij een veroordeling tot een vrijheidsstraf van meer dan 12 maanden, vindt vervroegde invrijheidsstelling plaats nadat de veroordeelde tweederde deel van de vrijheidsstraf heeft ondergaan. Indien aan een veroordeelde dus een gevangenisstraf van 24 maanden is opgelegd, wordt de veroordeelde na 24 maanden x 2/3 =16 maanden vervroegd in vrijheid gesteld. Bij de berekening van de vervroegde invrijheidsstelling wordt de duur van het eventuele voorarrest volledig buiten beschouwing gelaten. Indien iemand dus is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van 18 maanden en reeds 3 maanden in voorarrest heeft gezeten, wordt de veroordeelde na 18 maanden x 2/3 = 12 maanden vervroegd in vrijheid gesteld. Deze persoon heeft natuurlijk wel als voordeel dat hij op het moment dat hij is veroordeeld, feitelijk nog maar 9 maanden van de netto 12 maanden vrijheidsstraf hoeft te ondergaan (nu hij reeds 3 maanden in voorarrest heeft gezeten). In de praktijk wordt een veroordeelde die tot een vrijheidsstraf van 6 maanden of meer is veroordeeld, “volautomatisch” -dus zonder dat de veroordeelde er feitelijk iets voor hoeft te doen- vervroegd in vrijheid gesteld. Aan deze vervoegde invrijheidstelling worden geen voorwaarden verbonden. In artikel 15a Sr is bepaald dat de Officier van Justitie aan het Gerechtshof in Arnhem kan vragen om een vervroegde invrijheidsstelling van een veroordeelde achterwege te laten of uit te stellen indien een veroordeelde zich bijvoorbeeld tijdens zijn detentie ernstig heeft misdragen. In de praktijk maakt de Officier van Justitie van deze bevoegdheid niet tot nauwelijks gebruik. Mogelijke toekomstige situatie De voorwaarden die aan de vervroegde invrijheidsstelling door de Minister van Justitie kunnen worden verbonden vallen uiteen in algemene en bijzondere voorwaarden. Een algemene voorwaarde is bijvoorbeeld dat gedurende de periode waarover de voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt verleend, de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten pleegt. Een bijzondere voorwaarde is bijvoorbeeld dat de veroordeelde verplicht cursussen moet volgen of een meldingsplicht krijgt opgelegd. Indien de veroordeelde de voorwaarden in de periode waarover de voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt verleend niet naleeft[1], kan het Openbaar Ministerie een zogenaamde vordering tot herroeping bij de rechtbank indienen. Dit betekent dus dat het Openbaar Ministerie aan de rechtbank vraagt om de periode waarover de voorwaardelijke invrijheidsstelling is verleend, alsnog ten uitvoer te leggen. Een voorbeeld ter verduidelijking. Iemand die tot een vrijheidsstraf van 18 maanden is veroordeeld, wordt na 12 maanden voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Indien deze persoon enkele maanden na zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling een nieuw strafbaar feit pleegt, kan het Openbaar Ministerie dus vorderen dat het strafrestant van 6 maanden vrijheidsstraf alsnog ten uitvoer moet worden gelegd nu de algemene voorwaarde door de veroordeelde is overtreden. Het huidige artikel 15a Sr wordt gehandhaafd met dien verstande dat de Officier van Justitie in de toekomst waarschijnlijk meer gebruik gaat maken van deze bevoegdheid om te vorderen dat de vervroegde/voorwaardelijke invrijheidsstelling achterwege moet worden gelaten. Bovendien wordt er als extra reden om vervroegde/voorwaardelijke invrijheidsstelling achterwege te laten aan artikel 15a Sr toegevoegd dat er een kans op herhaling bestaat dat de veroordeelde ernstige misdrijven zal gaan plegen in het geval van invrijheidstelling. Op dit moment is het wetsvoorstel voorwaardelijke invrijheidsstelling nog steeds bij de Tweede Kamer aanhangig. Info
[1] De voorwaarden die aan een vervroegde invrijheidsstelling worden verbonden gelden altijd minimaal voor 1 jaar. Indien een veroordeelde dus 3 maanden eerder vrij komt als gevolg van een vervroegde invrijheidsstelling en hij pleegt na 9 maanden een nieuw strafbaar feit, dan kan toch de vervroegde invrijheidsstelling herroepen worden. |

